Wet gemeenschappelijke regelingen

WGR

Huidige tekst

Artikel 61 WGR

Geldt sinds 1 juli 2022

  1. 1

    De raden, de colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters van een of meer gemeenten kunnen, afzonderlijk of tezamen, met de algemene besturen, de dagelijkse besturen en de voorzitters van een of meer waterschappen, ieder voor zover zij voor de eigen gemeente, onderscheidenlijk het eigen waterschap bevoegd zijn, een gemeenschappelijke regeling treffen ter behartiging van een of meer bepaalde belangen van die gemeenten of waterschappen.

  2. 2

    De colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters, onderscheidenlijk de dagelijkse besturen en de voorzitters van de waterschappen, zenden het ontwerp van de regeling toe aan de raden van de deelnemende gemeenten, onderscheidenlijk de algemene besturen van de deelnemende waterschappen, met uitzondering van het ontwerp van een regeling die getroffen of mede getroffen wordt door de vertegenwoordigende organen van de deelnemende gemeenten of waterschappen.

  3. 3

    De raden van de deelnemende gemeenten, onderscheidenlijk de algemene besturen van de deelnemende waterschappen, kunnen bij de colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters van hun gemeente, onderscheidenlijk de dagelijkse besturen en de voorzitters van hun waterschap, binnen acht weken hun zienswijze over het ontwerp van de regeling naar voren brengen. Indien de raden of de algemene besturen van de waterschappen geen zienswijze naar voren wensen te brengen stellen zij de colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters, onderscheidenlijk de dagelijkse besturen en voorzitters van de waterschappen, hier zo spoedig mogelijk van op de hoogte.

  4. 4

    Een college van burgemeester en wethouders, en een burgemeester, onderscheidenlijk een dagelijks bestuur en een voorzitter van een waterschap gaan niet over tot het treffen van een regeling dan na verkregen toestemming van de gemeenteraad, onderscheidenlijk het algemeen bestuur van het waterschap. De toestemming kan slechts worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang.

  5. 5

    Onder het treffen van een regeling wordt in dit artikel mede verstaan het wijzigen van, het toetreden tot en het uittreden uit een regeling.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBLIM:2015:2779Rechtbank Limburg, 2 april 2015 (belastingrecht)

    De directeur van de Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW) heeft als heffingsambtenaar van de gemeente Roermond een aanslag precariobelasting opgelegd. De directeur is door het…

  • ECLI:NL:GHSHE:2013:4300Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 20 september 2013 (belastingrecht)

    Belanghebbende exploiteert een uitzendbureau en draagt zorg voor het verblijf van haar buitenlandse werknemers in drie tot haar beschikking staande panden. In geschil is of belanghebbende ter zake…

  • ECLI:NL:GHDHA:2013:3912Gerechtshof Den Haag, 4 september 2013 (belastingrecht)

    Wet WOZ. Bevoegdheid inspecteur tot het heffen van de gemeentelijke- en waterschapsbelastingen.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.