Wet buitengewone bevoegdheden burgerlijk gezag

Wbbbg

Huidige tekst

Artikel 7 Wbbbg

Geldt sinds 1 januari 2013

Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. 1 Onze Minister van Veiligheid en Justitie is bevoegd te voorzien in de uitoefening van de bevoegdheden van de commissaris van de Koning en de burgemeester die betrekking hebben op de handhaving van de openbare orde en veiligheid, door die uitoefening geheel of ten dele aan zich te trekken dan wel daarmee geheel of ten dele een ander orgaan van burgerlijk gezag te belasten. 2 Indien Onze voornoemde Minister van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, gebruik maakt, brengt hij dit terstond ter algemene kennis. Artikel 176, derde tot en met zesde lid, van de Gemeentewet blijft in dat geval buiten toepassing.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2021:1136Parket bij de Hoge Raad, 3 december 2021 (civiel recht)

    Berustte de Tijdelijke regeling landelijke avondklok covid-19 (Stcrt. 2021, 4191) op een deugdelijke wettelijke basis? Uitleg van art. 1 in verbinding met art. 8 van de Wet buitengewone bevoegdheden…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.