Wet ambtenarenrechtspraak 1951 BES

Huidige tekst

Artikel 69 Wet ambtenarenrechtspraak 1951 BES

Geldt sinds 10 oktober 2010

  1. 1

    De getuigen en deskundigen zullen zich zonder verlof van de rechter niet van een schriftelijk opstel mogen bedienden.

  2. 2

    Zij geven vóór de aanvang van hun verhoor hun namen, voornamen, beroepen en woonplaatsen op, alsmede of zij echtgenoot, bloed- of aanverwant zijn van een der partijen en zo ja, in welke graad en doen, alvorens hun verklaringen af te leggen, in handen van de rechter de eed of de belofte: de getuigen, dat zij zullen zeggen de gehele waarheid en niets dan de waarheid; de deskundigen dat zij verslag zullen doen naar hun geweten.

  3. 3

    De rechter kan bevelen, dat bepaalde personen zullen worden gehoord zonder het afleggen van eed of belofte.

  4. 4

    Zullen niet anders dan buiten ede kunnen worden gehoord: a.zij die de volle ouderdom van vijftien jaren niet hebben bereikt; b.zij, die wegens ziekelijke storing der verstandelijke vermogens onder curatele of op rechterlijke machtiging in bewaring zijn gesteld, al hebben zij bij tussenpozen het gebruik dier vermogens.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.