Wet ambtenarenrechtspraak 1951 BES

Huidige tekst

Artikel 29 Wet ambtenarenrechtspraak 1951 BES

Geldt sinds 10 oktober 2010

  1. 1

    Het is de voorzitter en leden van de raad verboden: a.hetgeen zij als zodanig te weten zijn gekomen verder bekend te maken dan voor de uitoefening van hun functie gevorderd wordt; b.de gevoelens te openbaren, welke in raadkamer over aanhangige gedingen zijn geuit; c.over een voor hen aanhangig geding of een geding, dat, naar zij weten of vermoeden, voor hen aanhangig zal worden, zich in te laten in enig onderhoud of gesprek met partijen of hun raadslieden of van deze enige bijzondere onderrichting, memorie of schriftuur aan te nemen.

  2. 2

    De onder a en b, van lid 1 omschreven verbodsbepalingen gelden ook voor de dienstdoende griffier.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.