Warmtewet

Huidige tekst

Artikel 10 Warmtewet

Geldt sinds 1 januari 2014

  1. 1

    Onze Minister verleent op aanvraag een vergunning indien de aanvrager genoegzaam aantoont dat hij: a.beschikt over de benodigde organisatorische, financiële en technische kwaliteiten voor een goede uitvoering van zijn taak; b.redelijkerwijs in staat kan worden geacht de verplichtingen als opgenomen in dit hoofdstuk na te komen.

  2. 2

    Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot de inhoud van en de procedure voor aanvraag van een vergunning en de criteria, bedoeld in het eerste lid.

  3. 3

    Onze Minister kan voorschriften en beperkingen verbinden aan een vergunning. Aan de vergunning wordt in ieder geval een voorschrift verbonden omtrent de minimum- en maximumtemperatuur van de te leveren warmte. De minimum- en maximumtemperatuur van de te leveren warmte kan voor ieder warmtenet of deel van een warmtenet verschillen.

  4. 4

    Onze Minister kan de aan een vergunning verbonden voorschriften of beperkingen wijzigen.

  5. 5

    Een vergunning kan slechts worden overgedragen met toestemming van Onze Minister. Het eerste tot en met het vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBZWB:2017:7935Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 4 december 2017 (civiel recht)

    Kort geding. De koopovereenkomst m.b.t. een WKO-systeem tussen de gemeente en DNWG kan niet als een aanbestedingsplichtige concessie voor diensten of werken worden aangemerkt

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.