Warmteregeling

Huidige tekst

Artikel 3b Warmteregeling

Geldt sinds 1 januari 2020

  1. 1

    De kenmerkende functionaliteiten van de categorieën afleversets, bedoeld in artikel 5b, eerste lid, van het besluit, zijn: a.een individuele afleverset voor warmte voor alleen ruimteverwarming heeft een vermogen van 25 kilowatt en geen warmtewisselaar; b.een collectieve afleverset voor warmte voor alleen ruimteverwarming heeft een vermogen van 100 kilowatt en geen warmtewisselaar; c.een individuele afleverset voor warmte voor alleen verwarming van tapwater heeft een CW-waarde van 4 en geen elektronische regeling van de temperatuur van het tapwater; d.een collectieve afleverset voor warmte voor alleen verwarming van tapwater heeft geen elektronische regeling van de temperatuur van het tapwater en kan een hoeveelheid tapwater leveren die overeenkomt met een CW-waarde van 4, waarbij ervan uitgegaan wordt dat niet alle verbruikers gelijktijdig een hoeveelheid tapwater nodig hebben die overeenkomt met CW-waarde 4; e.een individuele gecombineerde afleverset voor warmte voor ruimteverwarming en verwarming van tapwater heeft een vermogen van 25 kilowatt, geen warmtewisselaar voor de ruimteverwarming, een CW-waarde van 4 en geen elektronische regeling van de temperatuur van het tapwater; f.een collectieve gecombineerde afleverset voor warmte voor ruimteverwarming en verwarming van tapwater heeft een vermogen van 100 kilowatt, geen warmtewisselaar voor de ruimteverwarming, geen elektronische regeling van de temperatuur van het tapwater en kan een hoeveelheid tapwater leveren die overeenkomt met een CW-waarde van 4, waarbij ervan uitgegaan wordt dat niet alle verbruikers gelijktijdig een hoeveelheid tapwater nodig hebben die overeenkomt met CW-waarde 4.

  2. 2

    De Autoriteit Consument en Markt kan de aanvullende functionaliteiten van afleversets, bedoeld in artikel 5b, tweede lid, van het besluit, uitsluitend vaststellen op basis van de volgende elementen: a.de mate waarin het vermogen van de afleverset afwijkt van het vermogen, genoemd in het eerste lid; b.de mate waarin de CW-waarde bij een individuele afleverset afwijkt van de CW-waarde, genoemd in het eerste lid; c.de mate waarin de hoeveelheid geleverde tapwater bij een collectieve afleverset afwijkt van de hoeveelheid die overeen komt met een CW-waarde van 4, waarbij ervan uitgegaan wordt dat niet alle verbruikers gelijktijdig een hoeveelheid tapwater nodig hebben die overeenkomt met CW-waarde 4; d.de aanwezigheid van een warmtewisselaar voor de ruimteverwarming; e.de aanwezigheid van een elektronische regeling van de temperatuur van het tapwater.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:CBB:2022:184College van Beroep voor het bedrijfsleven, 26 april 2022 (bestuursrecht)

    Warmtewet. Vaststelling maximumtarieven 2020. Maximumtarieven voor afleversets en gebruiksonafhankelijk deel voor levering van warmte. ACM heeft de vermogenskostenvergoeding die zij heeft opgenomen…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.