Huidige tekst
Artikel 9 Vrijstellingsregeling afwijkend gebruik frequentieruimte ter bestrijding van onbemande mobiele objecten
Melding aan de minister voorafgaand aan geplande inzet 1 Een geplande inzet van afwijkend gebruik van de frequentieruimte wordt door de verantwoordelijke voorafgaand gemeld aan de minister, vergezeld van de gemaakte impactanalyse. 2 De melding omvat ten minste de volgende gegevens: a.de naam, dan wel persoonlijk herleidbare code, met eenheid, van de ambtenaar, bedoeld in artikel 6; b.de periode waarbinnen een afwijkend gebruik van de frequentieruimte kan plaatsvinden; c.in welke vorm en op welke wijze afwijkend gebruik van de frequentieruimte kan plaatsvinden; d.de frequentieband of -banden; e.het effectieve zendvermogen; f.de signaalvorm of signaalvormen; g.de gebruikte bandbreedte per frequentieband; h.een zo nauwkeurig mogelijke aanduiding van de geografische locaties waar de apparatuur kan worden ingezet; en i.het merk en type van het apparaat, met registernummer. 3 Indien het radiointerventiemiddel na de melding in gebruik is geweest, registreert de eenheid de volgende gegevens: a.vermelding van de opdrachtgever; b.de gegevens die het radiointerventiemiddel of het externe meetapparaat, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel h, heeft geregistreerd; en c.de ambtenaar die het radiointerventiemiddel heeft bediend, dan wel geconfigureerd, de exacte plaats en tijd van gebruik, gebruikte frequentiebanden, toegepast vermogen, azimut en elevatie van de stoorbundel, antennehoogte, en kalibratiedatum. 4 Deze administratie wordt in ieder geval bewaard tot een jaar na de datum van inzet. 5 Indien het gebruik niet overeenstemde met de melding, bedoeld in het tweede lid, meldt de verantwoordelijke aan de minister welke afwijkingen hebben plaatsgevonden.