Vrijstellingsregeling afwijkend gebruik frequentieruimte ter bestrijding van onbemande mobiele objecten

Huidige tekst

Artikel 3 Vrijstellingsregeling afwijkend gebruik frequentieruimte ter bestrijding van onbemande mobiele objecten

Geldt sinds 29 april 2025

Eisen aan en registratie van radiointerventiemiddel 1 Het radiointerventiemiddel voldoet aan de volgende eisen: a.het gebied waarin het radiointerventiemiddel kan opereren kan apart per frequentie of frequentieband ingeschakeld worden; b.de bandbreedte is instelbaar; c.het effectief uitgestraald zendvermogen van het radiointerventiemiddel inclusief antenneversterking is begrensd tot 16 dBWatt ERP per frequentieband; d.het radiointerventiemiddel voldoet buiten de ingestelde frequentieband(en) aan artikel 3 van het Besluit elektromagnetische compatibiliteit 2016; e.op het radiointerventiemiddel is het doel van het gebruik weergegeven; f.de bij het radiointerventiemiddel behorende antenne(s) is beschreven in de documentatie die bij het radiointerventiemiddel is gevoegd, inclusief de vermelding van de antenneversterking in dBi of dBd; g.indien in werking vertoont het radiointerventiemiddel geen of slechts beperkte degradatie in frequentiestabiliteit, in ieder geval minder dan 0.005% per uur; h.indien het radiointerventiemiddel is ingeschakeld, worden door het radiointerventiemiddel of een extern meetapparaat de volgende gegevens geregistreerd: 1°. de tijd en duur dat het radiointerventiemiddel aan staat; 2°. de instellingen, wijzigingen hiervan en de tijden waarop dit gebeurt; 3°. de gebruikte frequentie of frequenties, bandbreedte en het effectieve zendvermogen; en 4°. de eigen locatie en hoofdoriëntatie van het uitgezonden signaal; i.het radiointerventiemiddel is voorzien van een beveiliging om onbevoegde en onbedoelde inschakeling te voorkomen; j.de inzet van het radiointerventiemiddel blijft binnen de grenzen van de ICNIRP-aanbeveling; en k.de instructies en randvoorwaarden om te voldoen aan de ICNIRP-aanbeveling maken onderdeel uit van de bij het radiointerventiemiddel behorende documentatie. 2 De verantwoordelijke: a.registreert radiointerventiemiddelen die onder diens beheer vallen; b.houdt deze registratie toegankelijk voor de minister; en c.geeft ten behoeve van toezichtsdoeleinden jaarlijks aan de minister door welke eenheden radiointerventiemiddelen in bezit hebben en hoeveel dat er zijn. 3 De registratie van de radiointerventiemiddelen omvat de volgende gegevens: a.merk; b.type; c.serienummer; d.door welke eenheid de apparatuur mag worden gebruikt; e.datum van eerste ingebruikname van het apparaat; f.leverancier van de apparatuur; en g.kalibratiehistorie.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.