Vorderingswet

Huidige tekst

Artikel 20 Vorderingswet

Geldt sinds 17 februari 1999

  1. 1

    Onze Minister, wie het rechtstreeks aangaat, kan een als gevolg van een vordering ontstaan recht tot gebruik van een zaak, waarvan de duur in de vorderingsbeschikking niet aan een termijn is gebonden, met een termijn van zes maanden beëindigen.

  2. 2

    Hij kan een als gevolg van een vordering ontstaan recht tot gebruik van een zaak zonder inachtneming van enige termijn beëindigen, indien gebleken is, dat degene, voor wie het recht is ontstaan, en de eigenaar van de zaak daartegen geen bedenkingen hebben.

  3. 3

    De artikelen 4 en 8 zijn van overeenkomstige toepassing.

  4. 4

    De bekendmaking van de beschikking geschiedt door toezending of uitreiking aan degene wiens recht wordt beëindigd; tegelijkertijd of zo spoedig mogelijk daarna wordt van de beschikking door middel van toezending of uitreiking mededeling gedaan aan de eigenaar van de zaak.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.