Verdrag van de Raad van Europa ter voorkoming van terrorisme

Huidige tekst

Artikel 6 Verdrag van de Raad van Europa ter voorkoming van terrorisme

Geldt sinds 16 mei 2005

Werving voor terrorisme 1 Voor de toepassing van dit Verdrag wordt onder „werving voor terrorisme” verstaan, het aansporen van een andere persoon een terroristisch misdrijf te plegen of daaraan deel te nemen, of zich aan te sluiten bij een organisatie of groep met het doel bij te dragen aan het plegen van een of meer terroristische misdrijven door de organisatie of de groep. 2 Elke Partij neemt de maatregelen die nodig zijn om werving voor terrorisme, als omschreven in het eerste lid, wanneer dit wederrechtelijk en opzettelijk geschiedt, als strafbaar feit aan te merken volgens haar nationale recht.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2018:139Parket bij de Hoge Raad, 20 februari 2018 (strafrecht)

    Conclusie AG over de vraag of onder het begrip 'gewapende strijd' als bedoeld in art. 205 Sr kunnen worden begrepen gedragingen als het zorgen voor de bezittingen, het huishouden en de kinderen van…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.