Verdrag van de Raad van Europa ter voorkoming van terrorisme

Huidige tekst

Artikel 12 Verdrag van de Raad van Europa ter voorkoming van terrorisme

Geldt sinds 16 mei 2005

Voorwaarden en waarborgen 1 Elke Partij waarborgt dat de vaststelling, uitvoering en toepassing van de strafbaarstelling ingevolge de artikelen 5 tot en met 7 en 9 van dit Verdrag, plaatsvindt met inachtneming van de verplichtingen op het gebied van mensenrechten, met name het recht op vrijheid van meningsuiting, vrijheid van vereniging en vrijheid van godsdienst, als vervat in, wanneer van kracht voor die Partij, het Verdrag voor de bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, en andere verplichtingen uit hoofde van het internationale recht. 2 Ten aanzien van de vaststelling, uitvoering en toepassing van de strafbaarstelling ingevolge de artikelen 5 tot en met 7 en 9 van dit Verdrag dient voorts het evenredigheidsbeginsel te gelden wat betreft de legitieme doelen die worden nagestreefd en de noodzaak daarvan in een democratische maatschappij, waarbij elke vorm van willekeur of discriminatoire of racistische behandeling wordt uitgesloten.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.