Verdrag tussen Nederland en Noorwegen tot beslechting van geschillen door rechtspraak, arbitrage en verzoening

Huidige tekst

Artikel 20 Verdrag tussen Nederland en Noorwegen tot beslechting van geschillen door rechtspraak, arbitrage en verzoening

Geldt sinds 8 januari 1934

In alle gevallen en met name als de vraag, waaromtrent de Partijen verdeeld zijn, voortvloeit uit daden, die reeds zijn verricht of op punt zijn dat te worden, zal het Permanente Hof van Internationale Justitie, handelende ingevolge artikel 41 van zijn Statuut of naar omstandigheden, het scheidsgerecht zoo spoedig mogelijk aangeven, welke voorloopige maatregelen genomen moeten worden; de Permanente Verzoeningscommissie zal, als daartoe aanleiding bestaat, op dezelfde wijze kunnen handelen, nadat Partijen het daaromtrent eens zijn geworden. Elk der Hooge verdragsluitende Partijen verbindt zich om zich te onthouden van het nemen van elken maatregel, die een nadeeligen terugslag zou kunnen hebben op de ten uitvoerlegging van de beslissing of op de schikkingen, die mochten worden voorgesteld door de Permanente Verzoeningscommissie en, in het algemeen, om niet over te gaan tot het verrichten van eenige daad van welken aard ook, die het geschil zou kunnen verergeren of uitbreiden.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.