Verdrag tot het vaststellen van enige eenvormige regelen betreffende aanvaring

Huidige tekst

Artikel 8 Verdrag tot het vaststellen van enige eenvormige regelen betreffende aanvaring

Geldt sinds 1 maart 1913

Na eene aanvaring is de kapitein van ieder der in aanvaring geweest zijnde schepen gehouden om, voor zooverre hij zulks kan doen zonder ernstig gevaar voor zijn schip, zijne bemanning en zijne passagiers, hulp te verleenen aan het andere schip en deszelfs bemanning en passagiers. Hij is, evenzeer binnen de grenzen van het mogelijke, gehouden om aan het andere schip op te geven den naam van zijn eigen schip en de haven waar het thuis behoort, alsmede de plaatsen vanwaar het komt en waarheen het gaat. De reeder is ter zake van de enkele overtreding der voorgaande bepalingen niet verantwoordelijk.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2009:BI3840Hoge Raad, 30 juni 2009 (strafrecht)

    Aanvaring a.b.i. art. 785 Wetboek van Koophandel (WvK) jo. art. 414 Sr. Noch de tekst van art. 414 Sr i.v.m. art. 785 WvK, noch de wetsgeschiedenis biedt steun voor de opvatting dat voor een…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.