Verdrag tot het brengen van eenheid in enige bepalingen inzake het internationale luchtvervoer

Huidige tekst

Artikel 25 A Verdrag tot het brengen van eenheid in enige bepalingen inzake het internationale luchtvervoer

Geldt sinds 14 juni 1998

A 1 Indien een geding wordt aanhangig gemaakt tegen een ondergeschikte van de vervoerder op grond van schade, als bedoeld in dit Verdrag, zal deze ondergeschikte, indien hij bewijst, dat hij in de uitoefening van zijn dienstbetrekking heeft gehandeld, zich kunnen beroepen op de aansprakelijkheidsgrenzen, waarop de vervoerder zelf zich krachtens artikel 22 kan beroepen. 2 Het totale bedrag van de schadevergoeding, welke in dat geval van de vervoerder en van zijn ondergeschikten kan worden verkregen, mag de genoemde grenzen niet overschrijden. 3 Bij het vervoer van reizigers en bagage zijn de bepalingen van het eerste en tweede lid van dit artikel niet van toepassing, indien wordt bewezen, dat de schade het gevolg is van een handelen of nalaten van de ondergeschikte, gedaan hetzij met de opzet schade te veroorzaken, hetzij roekeloos en met het bewustzijn dat schade er waarschijnlijk uit zou voortvloeien.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.