Verdrag nopens de erkenning van de rechtspersoonlijkheid van vreemde vennootschappen, verenigingen en stichtingen

Huidige tekst

Artikel 5 Verdrag nopens de erkenning van de rechtspersoonlijkheid van vreemde vennootschappen, verenigingen en stichtingen

Geldt sinds 1 juni 1956

De erkenning van de rechtspersoonlijkheid omvat de bevoegdheden, welke daaraan zijn verbonden door de wet krachtens welke zij is verkregen. Nochtans kunnen de rechten, die de wet van de erkennende Staat niet toekent aan vennootschappen, verenigingen en stichtingen van soortgelijke aard, worden onthouden. De erkennende Staat kan eveneens de omvang regelen van de bevoegdheid goederen op zijn grondgebied te bezitten. De rechtspersoonlijkheid brengt in elk geval mede de bevoegdheid om, hetzij als eiser, hetzij als gedaagde, in rechte op te treden overeenkomstig de plaatselijke wet.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.