Verdrag nopens de erkenning van de rechtspersoonlijkheid van vreemde vennootschappen, verenigingen en stichtingen

Huidige tekst

Artikel 2 Verdrag nopens de erkenning van de rechtspersoonlijkheid van vreemde vennootschappen, verenigingen en stichtingen

Geldt sinds 1 juni 1956

Nochtans behoeft de rechtspersoonlijkheid, verkregen overeenkomstig de bepalingen van artikel 1, niet erkend te worden in een andere verdragsluitende Staat, wiens wet de werkelijke zetel in aanmerking neemt, indien aldaar aangenomen wordt dat die zetel zich op het grondgebied van die Staat bevindt. De rechtspersoonlijkheid behoeft niet erkend te worden in een andere verdragsluitende Staat, wiens wet de werkelijke zetel in aanmerking neemt, indien aldaar aangenomen wordt dat die zetel zich bevindt in een Staat, wiens wet die zetel eveneens in aanmerking neemt. De vennootschap, de vereniging of de stichting wordt geacht haar werkelijke zetel te hebben ter plaatse waar haar hoofdadministratie is gevestigd. De bepalingen van het eerste en tweede lid van dit artikel zijn niet van toepassing indien de vennootschap, de vereniging of de stichting, binnen een redelijke termijn haar werkelijke zetel overbrengt naar een Staat die de rechtspersoonlijkheid toekent zonder deze zetel in aanmerking te nemen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.