Verdrag inzake het vergemakkelijken van het internationale verkeer ter zee

FAL

Huidige tekst

Artikel G FAL

Geldt sinds 1 januari 2024

G Overige faciliterende maatregelen voor buitenlanders die deel uitmaken van de bemanning van schepen die internationale reizen maken – walverlof 3.44 Norm. Bemanningsleden krijgen van het openbaar gezag toestemming aan wal te gaan terwijl het schip waarmee zij aankwamen in de haven ligt, op voorwaarde dat de formaliteiten bij aankomst van het schip zijn vervuld en het openbaar gezag geen reden heeft toestemming aan wal te gaan te weigeren om redenen van volksgezondheid, openbare veiligheid en beveiliging of openbare orde. Walverlof wordt toegestaan op een wijze die discriminatie uitsluit, bijvoorbeeld op grond van nationaliteit, ras, kleur, sekse, religie, politieke overtuiging of sociale herkomst en ongeacht de vlaggenstaat van het schip waarop zij in dienst zijn of te werk worden gesteld. 3.44bis Norm. In elk geval waarin walverlof wordt geweigerd, stelt het relevante openbaar gezag de betrokken zeevarende en de gezagvoerder in kennis van de redenen voor het weigeren van het walverlof. Indien de betrokken zeevarende of de gezagvoerder daarom verzoekt, worden deze redenen schriftelijk gegeven. 3.45 Norm. Voor walverlof is een visum niet verplicht voor de bemanningsleden. 3.46 Aanbevolen werkwijze. Bemanningsleden, die voor verlof aan wal gaan of daarvan terugkomen, zouden in de regel niet moeten worden onderworpen aan een persoonlijke controle. 3.47 Norm. Voor walverlof is een speciale vergunning, bijvoorbeeld een walpas, niet verplicht voor bemanningsleden. 3.48 Aanbevolen werkwijze. Indien bemanningsleden verplicht zijn een identiteitsbewijs bij zich te dragen wanneer ze voor verlof aan wal zijn, zouden deze documenten beperkt moeten zijn tot paspoorten of, indien van toepassing, identiteitsbewijzen die worden aanvaard dor de betrokken Verdragsluitende Regering in plaats van een paspoort, zoals vermeld in aanbevolen werkwijze 3.10. 3.49 Aanbevolen werkwijze. Het openbaar gezag zou een systeem moeten ontwikkelen waardoor het de bemanning van schepen die regelmatig in hun havens aanleggen, mogelijk wordt gemaakt van tevoren toestemming te verkrijgen om tijdelijk aan wal te gaan. Wanneer een schip geen ongunstig dossier inzake personencontrole heeft en het ter plaatse wordt vertegenwoordigd door een reder, dan wel door een scheepsagent, dient het openbaar gezag, na te hebben vastgesteld dat de inlichtingen die door het openbaar gezag worden verlangd voordat het schip binnenkomt, voldoende zijn, dit schip in de regel toestemming te verlenen rechtstreeks naar zijn aanlegplaats te gaan en het niet te onderwerpen aan nadere gebruikelijke immigratiecontroles, tenzij het openbaar gezag anders beslist.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.