Verdrag inzake het recht betreffende het gebruik van internationale waterlopen anders dan voor scheepvaart

Huidige tekst

Artikel 18 Verdrag inzake het recht betreffende het gebruik van internationale waterlopen anders dan voor scheepvaart

Geldt sinds 21 mei 1997

Procedures bij gebreke van kennisgeving 1 Indien een Waterloopstaat redelijke gronden heeft om aan te nemen dat een andere Waterloopstaat maatregelen plant die aanzienlijke nadelige gevolgen voor hem hebben, kan de eerstgenoemde Staat aan de laatstgenoemde Staat verzoeken de bepalingen van artikel 12 toe te passen. Het verzoek dient vergezeld te gaan van een gedocumenteerde toelichting waarin de gronden uiteen worden gezet. 2 In het geval dat de Staat die de maatregelen plant niettemin concludeert dat hij niet verplicht is een kennisgeving te doen ingevolge artikel 12, brengt hij de andere Staat hiervan op de hoogte, waarbij hij een gedocumenteerde toelichting verstrekt waarin de redenen van deze conclusie uiteen worden gezet. Indien deze conclusie niet ten genoegen van de andere Staat is, gaan beide Staten, op verzoek van deze andere Staat, onverwijld over tot overleg en onderhandelingen op de in artikel 17, eerste en tweede lid, bedoelde wijze. 3 Gedurende het overleg en de onderhandelingen onthoudt de Staat die de maatregelen plant, op verzoek van de andere Staat op het tijdstip dat hij om de aanvang van het overleg en de onderhandelingen verzoekt, zich van de uitvoering of het toestemming geven voor uitvoering van die geplande maatregelen gedurende een periode van zes maanden, tenzij anders wordt overeengekomen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.