Verdrag inzake de verkrijging van bewijs in het buitenland in burgerlijke en in handelszaken

Huidige tekst

Artikel 26 Verdrag inzake de verkrijging van bewijs in het buitenland in burgerlijke en in handelszaken

Geldt sinds 7 juni 1981

Elke Verdragsluitende Staat kan, indien hij daartoe op staatsrechtelijke gronden is gehouden, van de verzoekende Staat de terugbetaling verlangen van de kosten van de uitvoering van de rogatoire commissie wat betreft de betekening of de oproep te verschijnen, de schadeloosstellingen verschuldigd aan de persoon die de getuigenverklaring heeft afgelegd en de opstelling van het proces-verbaal van de onderzoekshandeling. Indien een Staat gebruik heeft gemaakt van de bepalingen van het vorige lid, kan elke andere Verdragsluitende Staat deze Staat verzoeken zodanige kosten terug te betalen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.