Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap

Huidige tekst

Artikel 5 Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap

Geldt sinds 13 december 2006

Gelijkheid en non-discriminatie 1 De Staten die Partij zijn, erkennen dat eenieder gelijk is voor de wet en zonder aanziens des persoons recht heeft op dezelfde bescherming door, en hetzelfde voordeel van de wet. 2 De Staten die Partij zijn, verbieden alle discriminatie op grond van handicap en garanderen personen met een handicap op voet van gelijkheid effectieve wettelijke bescherming tegen discriminatie op welke grond dan ook. 3 Teneinde gelijkheid te bevorderen en discriminatie uit te bannen, nemen de Staten die Partij zijn alle passende maatregelen om te waarborgen dat redelijke aanpassingen worden verricht. 4 Specifieke maatregelen die nodig zijn om de feitelijke gelijkheid van personen met een handicap te bespoedigen of verwezenlijken, worden niet aangemerkt als discriminatie in de zin van dit Verdrag.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RVS:2022:404Raad van State, 9 februari 2022 (vreemdelingenrecht)

    Bij besluit van 12 juni 2019 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid het verzoek van [appellante] om verlenging van de inburgeringstermijn afgewezen. Bij brief van 1 mei 2014, bezien…

  • ECLI:NL:RBAMS:2019:9101Rechtbank Amsterdam, 6 december 2019 (bestuursrecht)

    Aanvraag kinderbijslag afgewezen. Geen duurzame persoonlijke band met Nederland na lang verblijf in Marokko. Beroep op VN-gehandicaptenverdrag en IVRK.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.