Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap

Huidige tekst

Artikel 3 Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap

Geldt sinds 13 december 2006

Algemene beginselen De grondbeginselen van dit Verdrag zijn: a.Respect voor de inherente waardigheid, persoonlijke autonomie, met inbegrip van de vrijheid zelf keuzes te maken en de onafhankelijkheid van personen; b.Non-discriminatie; c.Volledige en daadwerkelijke participatie in, en opname in de samenleving; d.Respect voor verschillen en aanvaarding dat personen met een handicap deel uitmaken van de mensheid en menselijke diversiteit; e.Gelijke kansen; f.Toegankelijkheid; g.Gelijkheid van man en vrouw; h.Respect voor de zich ontwikkelende capaciteiten van kinderen met een handicap en eerbiediging van het recht van kinderen met een handicap op het behoud van hun eigen identiteit.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBGEL:2025:7866Rechtbank Gelderland, 22 september 2025 (socialezekerheidsrecht)

    Wmo 2015. Afwijzing aanvraag tandemfiets. Rekening gehouden met sociale aspect. Geen onjuiste definitie van participeren. Ongegrond.

  • ECLI:NL:RBAMS:2019:9101Rechtbank Amsterdam, 6 december 2019 (bestuursrecht)

    Aanvraag kinderbijslag afgewezen. Geen duurzame persoonlijke band met Nederland na lang verblijf in Marokko. Beroep op VN-gehandicaptenverdrag en IVRK.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.