Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart

Verdrag van Chicago

Huidige tekst

Artikel 30 Verdrag van Chicago

Geldt sinds 28 november 2002

Radio-uitrusting van luchtvaartuigen (a) Luchtvaartuigen van elke Verdragsluitende Staat mogen binnen of boven het grondgebied van andere Verdragsluitende Staten slechts dan een radiozendinstallatie aan boord hebben, indien een vergunning tot het inbouwen en gebruik daarvan is uitgereikt door de bevoegde autoriteiten van de Staat waarin het luchtvaartuig is ingeschreven. Het gebruik van radiozendinstallaties binnen het grondgebied van de Verdragsluitende Staat over wiens grondgebied wordt gevlogen, moet geschieden overeenkomstig de door die Staat gegeven voorschriften. (b) Radiozendinstallaties mogen slechts worden bediend door die leden van de bemanning die in het bezit zijn van een speciaal daartoe strekkende vergunning uitgereikt door de bevoegde autoriteiten van de Staat waarin het luchtvaartuig is ingeschreven.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.