Verdrag inzake de erkenning van geregistreerde partnerschappen

Huidige tekst

Artikel 10 Verdrag inzake de erkenning van geregistreerde partnerschappen

Geldt sinds 5 september 2007

  1. 1

    Wanneer de autoriteit van een verdragsluitende staat een partnerschap registreert waarbij ten minste een van de partners de nationaliteit van een andere verdragsluitende staat heeft of zijn gewone verblijfplaats in een andere verdragsluitende staat heeft, brengt de autoriteit die tot de registratie van het partnerschap is overgegaan de overeenkomstig artikel 16, tweede lid, onderdeel b, aangewezen autoriteiten van die staat hiervan op de hoogte door hun de in artikel 9, eerste lid, bedoelde verklaring toe te zenden. De autoriteit handelt op gelijke wijze indien zij de beëindiging of de nietigverklaring van dat partnerschap erkent, door genoemde autoriteiten de in artikel 9, derde lid, bedoelde verklaring toe te zenden.

  2. 2

    De autoriteit van een verdragsluitende staat waarin een geregistreerd partnerschap is beëindigd of nietig verklaard, brengt de overeenkomstig artikel 16, tweede lid, onderdeel b, aangewezen autoriteiten hiervan op de hoogte, door hun de in artikel 9, tweede lid, bedoelde verklaring toe te zenden. De verdragsluitende staten waarvan de autoriteiten op de hoogte moeten worden gebracht, zijn: – de staat waarin het partnerschap werd geregistreerd; – de staat of staten waarvan de voormalige partners de nationaliteit bezitten; – de staat of staten waarin de voormalige partners hun gewone verblijfplaats hebben.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.