Verdrag inzake de bestrijding van strafbare feiten verbonden met elektronische netwerken

Huidige tekst

Artikel 31 Verdrag inzake de bestrijding van strafbare feiten verbonden met elektronische netwerken

Geldt sinds 23 november 2001

Wederzijdse bijstand met betrekking tot de toegang tot opgeslagen computergegevens 1 Een Partij kan een andere Partij verzoeken tot het doorzoeken van, het zich op vergelijkbare wijze verschaffen van toegang tot, het in beslag nemen of op vergelijkbare wijze zekerstellen van of het verstrekken van gegevens die zijn opgeslagen door middel van een computersysteem dat zich bevindt op het grondgebied van de aangezochte Partij, met inbegrip van gegevens die ingevolge artikel 29 zijn bewaard. 2 De aangezochte Partij voldoet aan het verzoek door middel van de toepassing van de in artikel 23 bedoelde internationale instrumenten, regelingen en wetten, en in overeenstemming met de andere relevante bepalingen van dit hoofdstuk. 3 Aan het verzoek wordt ten spoedigste voldaan: a.indien er redenen zijn om aan te nemen dat de betrokken gegevens bijzonder vatbaar zijn voor verlies of wijziging; of b.indien de in het tweede lid bedoelde instrumenten, regelingen en wetten overigens tot onverwijlde samenwerking nopen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBAMS:2024:1004Rechtbank Amsterdam, 21 februari 2024 (internationaal strafrecht)

    De rechtbank verleent de officier van justitie verlof voor het overdragen van gegevens/stukken aan het Verenigd Koninkrijk.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.