Verdrag inzake de bestrijding van strafbare feiten verbonden met elektronische netwerken

Huidige tekst

Artikel 11 Verdrag inzake de bestrijding van strafbare feiten verbonden met elektronische netwerken

Geldt sinds 23 november 2001

Poging en medeplichtigheid of uitlokking 1 Iedere Partij neemt de wetgevende en andere maatregelen die nodig zijn om in haar nationale wetgeving strafbaar te stellen de opzettelijke medeplichtigheid aan of uitlokking tot het plegen van een van de in overeenstemming met de artikelen 2 tot en met 10 van dit Verdrag strafbaar gestelde feiten, met het oogmerk dat een dergelijk feit wordt begaan. 2 Iedere Partij neemt de wetgevende en andere maatregelen die nodig zijn om in haar nationale wetgeving strafbaar te stellen de opzettelijke poging om een van de in de artikelen 3 tot en met 5, 7, 8 en 9, eerste lid, onderdeel a en c, van dit Verdrag strafbaar gestelde feiten te begaan. 3 Iedere Partij kan zich het recht voorbehouden het tweede lid van dit artikel geheel of gedeeltelijk buiten toepassing te laten.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.