Verdrag inzake de bescherming van kinderen en de samenwerking op het gebied van de interlandelijke adoptie

Huidige tekst

Artikel 9 Verdrag inzake de bescherming van kinderen en de samenwerking op het gebied van de interlandelijke adoptie

Geldt sinds 1 oktober 1998

De Centrale Autoriteiten nemen, hetzij rechtstreeks, hetzij via overheidsinstanties of andere instellingen waaraan naar behoren vergunning is verleend in hun Staat, alle passende maatregelen, in het bijzonder om: a.informatie te verzamelen, te bewaren en uit te wisselen over de situatie van het kind en de aspirant-adoptiefouders, voor zover zulks noodzakelijk is om de adoptie tot stand te brengen; b.de procedure ten behoeve van de adoptie te vergemakkelijken, te volgen en te bespoedigen; c.de ontwikkeling van voorlichtingsactiviteiten op het gebied van adoptie en van nazorg bij adoptie in hun Staten te bevorderen; d.algemene evaluatierapporten betreffende ervaringen met interlandelijke adoptie uit te wisselen; e.voor zover de wetgeving van hun Staat dit toestaat, gevolg te geven aan met redenen omklede verzoeken van andere Centrale Autoriteiten of overheidsinstanties om informatie over een bepaalde adoptiesituatie.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.