Verdrag inzake de bescherming van kinderen en de samenwerking op het gebied van de interlandelijke adoptie

Huidige tekst

Artikel 26 Verdrag inzake de bescherming van kinderen en de samenwerking op het gebied van de interlandelijke adoptie

Geldt sinds 1 oktober 1998

  1. 1

    De erkenning van een adoptie houdt tevens in de erkenning van a. de familierechtelijke betrekkingen tussen het kind en zijn adoptiefouders; b. het ouderlijk gezag van de adoptiefouders over het kind; c. de verbreking van de voordien bestaande familierechtelijke betrekkingen tussen het kind en zijn moeder en vader, indien de adoptie dit gevolg heeft in de Verdragsluitende Staat waar zij plaatsvond.

  2. 2

    Ingeval een adoptie tot gevolg heeft dat de voordien bestaande familierechtelijke betrekkingen worden verbroken, geniet het kind in de Staat van opvang en in elke andere Verdragsluitende Staat waar de adoptie wordt erkend, rechten gelijk aan die welke voortvloeien uit adopties die in elk van deze Staten dit gevolg hebben.

  3. 3

    De voorgaande leden doen geen afbreuk aan de toepassing van voor het kind gunstiger bepalingen die gelden in de Verdragsluitende Staat die de adoptie erkent.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.