Verdrag inzake de bescherming van culturele goederen in geval van een gewapend conflict

Huidige tekst

Artikel 20 Verdrag inzake de bescherming van culturele goederen in geval van een gewapend conflict

Geldt sinds 14 januari 1959

Het aanbrengen van het kenteken 1 Het bepalen van de plaats waar het kenteken moet worden aangebracht en van de graad van zichtbaarheid van het kenteken wordt overgelaten aan de beoordeling der bevoegde instanties van elke Hoge Verdragsluitende Partij. Het kenteken kan met name voorkomen op vlaggen of banden om de arm. Het kan op een voorwerp worden geschilderd of op elke andere passende wijze worden aangebracht. 2 In geval van gewapend conflict, en in de gevallen voorzien bij de artikelen 12 en 13 van het Verdrag, moet het kenteken echter, onverminderd de mogelijkheid van een eventueel vollediger aanduiding, op zodanige wijze op de transportmiddelen worden aangebracht dat het overdag goed zichtbaar is, zowel uit de lucht als op de grond. Het kenteken moet op de grond zichtbaar zijn: a) op onderling gelijke afstanden voldoende om op duidelijke wijze de omtrek aan te geven van een monumenten-centrum onder bijzondere bescherming; b) bij de ingang van andere onroerende culturele goederen onder bijzondere bescherming.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.