Verdrag inzake de bescherming van culturele goederen in geval van een gewapend conflict

Huidige tekst

Artikel 11 Verdrag inzake de bescherming van culturele goederen in geval van een gewapend conflict

Geldt sinds 14 januari 1959

Noodschuilplaatsen 1 Indien tijdens een gewapend conflict een Hoge Verdragsluitende Partij door onvoorziene omstandigheden er toe gebracht wordt een noodschuilplaats in te richten en indien zij wenst dat deze schuilplaats onder bijzondere bescherming wordt geplaatst, doet zij daarvan onverwijld mededeling aan de Commissaris-Generaal, die bij haar is geaccrediteerd. 2 Indien de Commissaris-Generaal van mening is, dat de omstandigheden en de belangrijkheid der culturele goederen, welke in deze noodschuilplaats zijn ondergebracht, een zodanige maatregel rechtvaardigen, kan hij de Hoge Verdragsluitende Partij machtigen er het kenteken op aan te brengen omschreven in artikel 16 van het Verdrag. Hij deelt zijn beslissing onverwijld mede aan de betrokken afgevaardigden der beschermende mogendheden, waarvan ieder, binnen een termijn van 30 dagen, de onmiddellijke verwijdering van het kenteken kan gelasten. 3 Zodra deze afgevaardigden hun accoordbevinding hebben medegedeeld of indien de termijn van 30 dagen is verstreken zonder dat een der betrokken afgevaardigden bezwaren heeft ingediend en indien de noodschuilplaats naar de mening van de Commissaris-Generaal voldoet aan de eisen gesteld in artikel 8 van het Verdrag, verzoekt de Commissaris-Generaal de Directeur-Generaal van de Organisatie der Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur de schuilplaats in te schrijven in het Register van culturele goederen onder bijzondere bescherming.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.