Huidige tekst
Artikel VIII Verdrag houdende instelling van een Internationale Douaneraad
Misbruik en voorrechten § 22. De vertegenwoordigers van Leden op de vergaderingen van de Raad, van het Permanent Technisch Comité en van de Comité's van de Raad, tijdens de uitoefening van hun functies en hun reizen naar en van de plaats der vergadering, alsmede de in de paragrafen 16 en 20 bedoelde functionarissen, kunnen niet door de autoriteiten van het land, waar zij hun functies vervullen, worden gedwongen dat land te verlaten uit hoofde van door hen in hun officiële hoedanigheid verrichte werkzaamheden. Indien echter genoemde personen zich in dat land zouden bezig houden met zaken, die geen verband houden met hun officiële functies, en daarmede misbruik zouden maken van hun recht op verblijf, kunnen zij door de Regering van dat land worden gedwongen het land te verlaten, mits het volgende wordt inachtgenomen: i) Vertegenwoordigers van Leden van de Raad, of personen, die krachtens paragraaf 18 diplomatieke immuniteit genieten, worden niet gedwongen het land te verlaten, tenzij zulks geschiedt overeenkomstig de diplomatieke procedure, welke van toepassing is op de diplomatieke vertegenwoordigers, die in dat land zijn geaccrediteerd. ii) Ten aanzien van een functionaris, op wie paragraaf 18 niet van toepassing is, wordt geen bevel tot uitwijzing uit het land uitgevaardigd zonder goedkeuring van de Minister van Buitenlandse Zaken van het betrokken land; een zodanige goedkeuring wordt niet gegeven dan na overleg met de Secretaris-Generaal van de Raad. Indien tegen een functionaris een procedure tot uitwijzing wordt aanhangig gemaakt, heeft de Secretaris-Generaal van de Raad het recht in een zodanige procedure tussenbeide te komen ten behoeve van degene tegen wie de procedure is gericht. § 23. De Secretaris-Generaal werkt te allen tijde samen met de bevoegde autoriteiten van de Leden van de Raad ten einde een goede rechtsbedeling te bevorderen, de naleving van de politiereglementen te verzekeren en alle misbruiken te voorkomen waartoe de voorrechten, immuniteiten en faciliteiten, welke in deze Bijlage zijn opgesomd, aanleiding zouden kunnen geven.