Verdrag en Statuut nopens het Internationale Zeehavenregime

Huidige tekst

Artikel 8 Verdrag en Statuut nopens het Internationale Zeehavenregime

Geldt sinds 22 mei 1928

Ieder van de Verdragstaten behoudt zich de bevoegdheid voor om, na langs den diplomatieken weg hiervan te hebben kennis gegeven, het voorrecht van gelijkheid van behandeling te schorsen, ten aanzien van ieder vaartuig van een Staat, die niet op afdoende wijze in eenige onder zijn souvereiniteit of autoriteit geplaatste zeehaven, de bepalingen van dit Statuut toepast op de vaartuigen van den bedoelden Verdragstaat, op hun goederen en hun passagiers. In geval van toepassing van den in het vorig lid bedoelden maatregel, zal zoowel de Staat die daartoe is overgegaan, als de Staat tegen wien deze maatregel zal zijn gericht, het recht hebben zich door middel van een tot den Griffier gericht request te wenden tot het Permanente Hof van Internationale Justitie; het Hof zal in kort geding uitspraak doen. Iedere Verdragstaat zal echter de bevoegdheid hebben, op het oogenblik van onderteekening of van bekrachtiging van dit Verdrag te verklaren, dat hij ten aanzien van alle andere Verdragstaten, die dezelfde verklaring afleggen, afstand doet van het recht om de in het eerste lid van dit artikel bedoelde maatregelen te nemen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.