Huidige tekst
Artikel 15 Verdrag en Statuut nopens het Internationale Zeehavenregime
Wanneer een Verdragstaat bij verdrag, overeenkomst of afspraak zekere rechten aan een anderen Staat heeft verleend in een omschreven zone van een zijner zeehavens, teneinde den doorvoer van goederen en passagiers met bestemming naar of herkomstig van bedoelden Staat te bevorderen, zal geen andere Verdragstaat zich kunnen beroepen op de bepalingen van dit Statuut om overeenkomstige rechten op te eischen. Iedere Verdragstaat, die zoodanige rechten geniet in een zeehaven van een anderen Staat, onverschillig of deze al dan niet partij is bij dit verdrag, zal zich overeenkomstig de bepalingen van dit Statuut moeten gedragen ten aanzien van de behandeling van de vaartuigen die met hem handel drijven, en van hun goederen en de passagiers. Iedere Verdragstaat, die zoodanige rechten toekent aan een Staat, die geen partij is bij dit verdrag, is gehouden, in de afspraak, die te dien einde wordt getroffen, aan den Staat, die deze rechten zal genieten, de verplichting op te leggen, zich overeenkomstig de bepalingen van dit Statuut te gedragen, ten aanzien van de behandeling van de vaartuigen, die met hem handel drijven, evenals van de goederen en de passagiers van die vaartuigen.