Huidige tekst
Artikel 2 Verdrag betreffende veiligheid bij het gebruik van asbest
Voor de toepassing van dit Verdrag: a.wordt onder de uitdrukking „asbest” verstaan: de vezelige vorm van minerale silicaten behorende tot steen-vormende mineralen van de serpentinegroep, d.w.z. chrysotiel (witte asbest) en de amphiboolgroep, d.w.z. actinoliet, amosiet (bruine asbest, cummingtoniet/gruneriet), anthophylliet, crocidoliet (blauwe asbest), tremoliet of een mengsel dat een of meer van deze bevat; b.wordt onder de uitdrukking „asbeststof” verstaan: in de lucht zwevende asbestdeeltjes of neergeslagen asbestdeeltjes die in het arbeidsmilieu kunnen gaan zweven; c.wordt onder de uitdrukking „zwevend asbeststof” verstaan: voor meetdoeleinden, stofdeeltjes die door gravimetrische bepaling of een andere gelijkwaardige methode zijn bepaald; d.wordt onder de uitdrukking „inadembare asbestvezels” verstaan: asbestvezels met een diameter van minder dan 3 µm en een verhouding lengte-tot-diameter van meer dan 3:1. Alleen vezels met een lengte van meer dan 5 µm dienen voor metingsdoeleinden in aanmerking te worden genomen; e.wordt onder de uitdrukking „blootstelling aan asbest” verstaan: het tijdens arbeid blootgesteld zijn aan zwevende inadembare asbestvezels of asbeststof, afkomstig van asbest of van mineralen, materialen of produkten die asbest bevatten; f.omvat de uitdrukking „werknemers” eveneens de deelnemers aan produktiecoöperaties; g.wordt onder de uitdrukking „werknemersvertegenwoordigers” verstaan: de vertegenwoordigers van de werknemers die als zodanig door de nationale wetgeving of praktijk zijn erkend in overeenstemming met het Verdrag betreffende de vertegenwoordigers van de werknemers, 1971.