Verdrag betreffende uitkeringen bij invaliditeit en ouderdom en aan nagelaten betrekkingen

Huidige tekst

Artikel 38 Verdrag betreffende uitkeringen bij invaliditeit en ouderdom en aan nagelaten betrekkingen

Geldt sinds 27 oktober 1970

  1. 1

    Elk Lid, welks wetgeving loontrekkenden beschermt, kan door een bij zijn akte van bekrachtiging gevoegde verklaring, loontrekkenden in de landbouwsector, die ten tijde van bedoelde bekrachtiging nog niet door zijn wetgeving zijn beschermd, tijdelijk van de toepassing van dit Verdrag uitsluiten.

  2. 2

    Elk Lid dat een verklaring ingevolge het vorige lid heeft afgelegd moet in de rapporten over de toepassing van dit Verdrag, die het krachtens artikel 22 van het Statuut van de Internationale Arbeidsorganisatie moet uitbrengen, aangeven in welke mate het gevolg heeft gegeven en welk gevolg het voornemens is te geven aan de bepalingen van het Verdrag, wat betreft de loontrekkenden in de landbouwsector, alsmede elke vooruitgang, geboekt met het oog op de toepassing van het Verdrag op genoemde loontrekkenden of, indien er geen verandering te melden is, alle in aanmerking komende uitleg verschaffen.

  3. 3

    Elk Lid dat een verklaring heeft afgelegd overeenkomstig het eerste lid van dit artikel moet het aantal beschermde loontrekkenden in de landbouwsector vergroten in de mate en in een tempo dat de omstandigheden toelaten.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.