Verdrag betreffende de burgerlijke rechtsvordering

Huidige tekst

Artikel 29 Verdrag betreffende de burgerlijke rechtsvordering

Geldt sinds 27 april 1909

Dit Verdrag zal gedurende vijf jaren van kracht blijven, te rekenen van de dagteekening, aangegeven in artikel 28, lid 1. Deze termijn zal van dien dag af beginnen te loopen, zelfs voor de Staten, die later zullen zijn toegetreden en ook wat betreft de bevestigende verklaringen, gedaan krachtens artikel 26, lid 2. Het Verdrag zal stilzwijgend telkens voor 5 jaren vernieuwd worden, behoudens opzegging. De opzegging zal ten minste zes maanden vóór het einde van den termijn, bedoeld in lid 2 en 3, ter kennis moeten worden gebracht van de Nederlandsche Regeering, welke daarvan aan al de andere Staten mededeeling zal doen. De opzegging kan slechts toepasselijk zijn op het grondgebied, de bezittingen of koloniën, buiten Europa gelegen, of ook op de consulaire rechterlijke ressorten, begrepen in eene kennisgeving gedaan krachtens artikel 26, lid 2. De opzegging zal slechts gevolg hebben ten opzichte van den Staat, die haar gedaan zal hebben. Het Verdrag zal verbindend blijven voor de andere contracteerende Staten.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.