Verdrag betreffende de burgerlijke rechtsvordering

Huidige tekst

Artikel 11 Verdrag betreffende de burgerlijke rechtsvordering

Geldt sinds 27 april 1909

De rechterlijke autoriteit, tot welke de rogatoire commissie is gericht, is verplicht die uit te voeren en daarbij dezelfde dwangmiddelen te bezigen als voor de uitvoering eener rogatoire commissie van de autoriteiten van den aangezochten Staat of van een daartoe door eene belanghebbende partij gedaan verzoek. Deze dwangmiddelen behoeven niet noodzakelijk aangewend te worden, wanneer het betreft de verschijning van partijen in geding. De verzoekende autoriteit wordt, op haar verlangen, verwittigd van den dag en de plaats waar de gevraagde handeling zal worden verricht, opdat de belanghebbende partij in staat zij daarbij tegenwoordig te zijn. De uitvoering der rogatoire commissie kan slechts worden geweigerd: 1°. indien de authenticiteit van het stuk niet vaststaat; 2°. indien in den aangezochten Staat het uitvoeren der rogatoire commissie niet behoort tot de bevoegdheden der rechterlijk macht; 3°. indien de Staat, op wiens grondgebied de uitvoering zou moeten plaats hebben, oordeelt dat deze op zijne souvereiniteit of zijne veiligheid inbreuk zou kunnen maken.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.