Verdrag betreffende betaalde vakantie in de landbouw

Huidige tekst

Artikel 5 Verdrag betreffende betaalde vakantie in de landbouw

Geldt sinds 27 november 1959

Indien zulks van nut kan zijn, dient overeenkomstig de procedure, vastgesteld voor de regeling van betaalde vacantie in de landbouw voorzien te worden in het navolgende: a.een gunstiger behandeling van jeugdige arbeidskrachten, daaronder begrepen leerlingen, in gevallen waarin de jaarlijkse betaalde vacantie, toegekend aan volwassen arbeiders, voor jeugdige arbeidskrachten niet passend wordt geacht; b.een verlenging van de duur van de betaalde vacantie naar gelang van de duur van het dienstverband; c.een evenredige vacantie, of, in plaats daarvan, een financiële vergoeding, indien de ononderbroken duur van het dienstverband van een arbeider hem geen aanspraak geeft op een jaarlijkse betaalde vacantie, terwijl deze niettemin een minimum-periode, vastgesteld in overeenstemming met de daarvoor voorgeschreven procedure, overschrijdt; d.de uitsluiting van de jaarlijkse betaalde vacantie van officiële en gebruikelijke feestdagen, wekelijkse rustperioden alsmede, zulks binnen de grenzen bepaald volgens de voorgeschreven procedure, van tijdelijke onderbrekingen van het werk, met name die, veroorzaakt door ziekte of ongeval.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.