Verdrag betreffende betaalde vakantie in de landbouw

Huidige tekst

Artikel 2 Verdrag betreffende betaalde vakantie in de landbouw

Geldt sinds 27 november 1959

  1. 1

    Elk Lid, dat dit Verdrag bekrachtigt, is vrij te bepalen op welke wijze in de toekenning van bepaalde vacantie in de landbouw zal worden voorzien.

  2. 2

    De toekenning van betaalde vacantie in de landbouw kan eventueel verzekerd worden door middel van een collectieve arbeidsovereenkomst dan wel door de regeling daarvan toe te vertrouwen aan speciale lichamen.

  3. 3

    Ingeval de wijze waarop in de toekenning van betaalde vacantie in de landbouw is voorzien zulks toelaat: a.dient hieraan een diepgaand overleg vooraf te gaan met de meest representatieve betrokken organisaties van werkgevers en van werknemers, voorzover deze bestaan, zomede van alle andere personen, die uit hoofde van hun beroep of functie te dezer zake in het bijzonder deskundig zijn en op wie het bevoegde gezag een beroep zou willen doen; b.dienen de betrokken werkgevers en werknemers deel te hebben aan de regeling van betaalde vacantie dan wel terzake te worden geraadpleegd of het recht te hebben terzake te worden gehoord, in de vorm en in de mate als bij de nationale wetgeving zal kunnen worden bepaald, doch in ieder geval op basis van volledige gelijkheid.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.