Uitvoeringswet internationale kinderontvoering

Uw iko

Huidige tekst

Artikel 13 Uw iko

Geldt sinds 1 januari 2015

  1. 1

    De gedwongen afgifte van een internationaal ontvoerd kind aan degene aan wie het gezag daarover toekomt en de teruggeleiding van een zodanig kind over de Nederlandse grens is slechts mogelijk uit krachte van een daartoe strekkend bevel van de rechter.

  2. 2

    De rechter behandelt het verzoek bij voorrang. Het verzoek wordt met gesloten deuren behandeld, overeenkomstig het bepaalde in artikel 803 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De rechter beslist niet dan na het kind in de gelegenheid te hebben gesteld hem zijn mening kenbaar te maken, althans na het daartoe behoorlijk te hebben opgeroepen, tenzij dit in verband met de lichamelijke of geestelijke toestand van het kind onmogelijk is of toepassing moet worden gegeven aan artikel 8 of 9 van het Europese verdrag. Het bepaalde in artikel 802 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is van toepassing.

  3. 3

    In de gevallen waarin geen verdrag toepasselijk is kan de rechter het verzoek afwijzen op de gronden vermeld in de artikelen 12, tweede lid, 13 en 20 van het Haagse verdrag.

  4. 4

    De rechter kan op verzoek of ambtshalve een gecertificeerde instelling als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet belasten met de voorlopige voogdij over het kind, indien gevaar bestaat dat het wordt onttrokken aan de tenuitvoerlegging van een bevel als bedoeld in het vijfde lid. De beschikking verliest haar kracht van rechtswege indien het verzoek wordt afgewezen. Artikel 306a van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek is van overeenkomstige toepassing.

  5. 5

    Indien de rechter het verzoek toewijst, beveelt hij de afgifte van het kind aan degene aan wie het gezag erover toekomt, of, indien zulks niet aanstonds mogelijk is, voorlopig aan een gecertificeerde instelling als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet. Hij kan tevens desverzocht of ambtshalve elke persoon die voor de internationale ontvoering van het kind verantwoordelijk is, of medeverantwoordelijk is, veroordelen tot betaling aan de centrale autoriteit, of aan de persoon aan wie het gezag over het kind toekomt, van de door deze in verband met de ontvoering en de teruggeleiding van het kind gemaakte kosten. Indien meer personen bij de ontvoering zijn betrokken, zijn zij hoofdelijk voor het geheel aansprakelijk. Het hoger beroep schorst de tenuitvoerlegging van de beschikking, tenzij de rechter in het belang van het kind op verzoek of ambtshalve anders bepaalt.

  6. 6

    Artikel 813, tweede lid van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is van toepassing op de tenuitvoerlegging van een bevel als bedoeld in het vijfde lid.

  7. 7

    Hoger beroep van een eindbeslissing moet worden ingesteld binnen twee weken na de dagtekening van die beslissing.

  8. 8

    Tegen de beschikking van het gerechtshof staat geen gewoon rechtsmiddel open.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2019:454Parket bij de Hoge Raad, 5 april 2019 (internationaal privaatrecht)

    IPR. Kinderontvoering. Bevoegdheid Nederlandse rechter om kennis te nemen van verzoek tot gedwongen afgifte en teruggeleiding van een kind in niet door verdragen bestreken geval (art. 3, onder a en…

  • ECLI:NL:HR:2013:BZ6365Hoge Raad, 5 april 2013 (civiel recht)

    Art. 81 lid 1 RO. Internationale kinderontvoering; art. 3 Haags Kinderontvoeringsverdrag. Verzoek tot teruggeleiding minderjarigen.

  • ECLI:NL:PHR:2013:BZ6365Parket bij de Hoge Raad, 5 april 2013 (civiel recht)

    Art. 81 lid 1 RO. Internationale kinderontvoering; art. 3 Haags Kinderontvoeringsverdrag. Verzoek tot teruggeleiding minderjarigen.

  • ECLI:NL:HR:2012:BW7476Hoge Raad, 13 juli 2012 (civiel recht)

    Kinderontvoering; verzoek tot teruggeleiding. Rechtsmiddelenverbod art. 13 lid 8 Uitvoeringswet kinderontvoeringsverdragen. Schending art. 8 EVRM geen doorbrekingsgrond.

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:29297Rechtbank Den Haag, 3 september 2026 (personen- en familierecht)

    Internationale kinderontvoering. Afwijzing verzoek tot teruggeleiding naar Frankrijk. Gewone verblijfplaats kinderen was in Nederland, dus geen onrechtmatige overbrenging.

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:27879Rechtbank Den Haag, 24 augustus 2026 (personen- en familierecht)

    Internationale kinderontvoering. Uitgaande zaak. Toewijzing verzoek vader voor teruggeleiding kind uit Bangladesh.

  • ECLI:NL:GHDHA:2026:2737Gerechtshof Den Haag, 10 augustus 2026 (personen- en familierecht)

    Internationale Kinderontvoering. Beroepschrift vanwege overschrijding beroepstermijn uit artikel 13 lid 7 van de Uitvoeringswet niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:25713Rechtbank Den Haag, 6 augustus 2026 (personen- en familierecht)

    Internationale kinderontvoering; verzoek tot teruggeleiding afgewezen i.v.m. weigeringsgrond ondragelijke toestand

392 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.