Uitvoeringswet internationale kinderontvoering

Uw iko

Huidige tekst

Artikel 11 Uw iko

Geldt sinds 1 oktober 2022

  1. 1

    Onverminderd de bevoegdheid van de voorzieningenrechter Den Haag in kort geding, is in eerste aanleg uitsluitend de kinderrechter van de rechtbank Den Haag bevoegd tot kennisneming van alle zaken met betrekking tot de gedwongen afgifte van een internationaal ontvoerd kind aan degene wie het gezag daarover toekomt en de teruggeleiding van een zodanig kind over de Nederlandse grens. De kinderrechter van deze rechtbank is bevoegd ook kennis te nemen van door partijen tijdens de procedure onderling getroffen regelingen over de ouderlijke verantwoordelijkheid, bedoeld in de verordening, en kan deze geheel of gedeeltelijk in zijn beschikking opnemen.

  2. 2

    De kinderrechter van de rechtbank binnen wier rechtsgebied het kind zijn werkelijke verblijfplaats heeft is, onverminderd de bevoegdheid van de voorzieningenrechter in kort geding, bevoegd tot de kennisneming van alle zaken met betrekking tot de regeling en uitvoering van het omgangsrecht in internationale gevallen, daaronder begrepen verzoeken als bedoeld in artikel 14 van deze wet. Heeft het kind geen werkelijke verblijfplaats of kan zijn verblijfplaats niet worden vastgesteld, dan is bevoegd de kinderrechter van de rechtbank Den Haag.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:29297Rechtbank Den Haag, 3 september 2026 (personen- en familierecht)

    Internationale kinderontvoering. Afwijzing verzoek tot teruggeleiding naar Frankrijk. Gewone verblijfplaats kinderen was in Nederland, dus geen onrechtmatige overbrenging.

  • ECLI:NL:GHDHA:2026:2934Gerechtshof Den Haag, 25 augustus 2026 (personen- en familierecht)

    Internationale kinderontvoering. Artikel 3 HKOV; gewone verblijfplaats. Weigeringsgronden artikel 13 lid 1 sub b en lid 2 en artikel 20 HKOV. Kostenveroordeling.

  • ECLI:NL:GHDHA:2026:2928Gerechtshof Den Haag, 17 augustus 2026 (personen- en familierecht)

    Internationale kinderontvoering. Niet-verdragsland. Artikel 3 HKOV; geen ongeoorloofde achterhouding. Moeder heeft toestemming gegeven voor een permanent verblijf in Nederland.

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:25713Rechtbank Den Haag, 6 augustus 2026 (personen- en familierecht)

    Internationale kinderontvoering; verzoek tot teruggeleiding afgewezen i.v.m. weigeringsgrond ondragelijke toestand

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:25737Rechtbank Den Haag, 6 augustus 2026 (personen- en familierecht)

    Internationale kinderontvoering; geen sprake van weigeringsgronden, teruggeleiding

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:23735Rechtbank Den Haag, 23 juli 2026 (personen- en familierecht)

    Internationale Kinderontvoering - teruggeleiding naar Frankrijk, verzoek toegewezen. Gewone verblijfplaats is Frankrijk, gezamenlijk gezag naar Frans recht. Geen weigeringsgronden

  • ECLI:NL:GHDHA:2026:2622Gerechtshof Den Haag, 16 juli 2026 (personen- en familierecht)

    Internationale Kinderontvoering. Onvoldoende aangetoond dat sprake is van de weigeringsgrond artikel 13 lid 1 sub b, nu gebleken is dat adequaat is gereageerd in Portugal op aangifte door moeder van…

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:22227Rechtbank Den Haag, 9 juli 2026 (personen- en familierecht)

    Internationale kinderontvoering; geen ondragelijke toestand

172 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.