Uitvoeringsregeling reclassering 2005

Huidige tekst

Artikel 19 Uitvoeringsregeling reclassering 2005

Geldt sinds 25 november 2005

  1. 1

    Indien een reclasseringsinstelling haar reclasseringswerkzaamheden beëindigt, komt Onze Minister een direct opeisbare vordering op de reclasseringsinstelling toe op het vermogen en/of de vermogensbestanddelen, zoals bedoeld in artikel 16, eerste lid, onder a en b.

  2. 2

    Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing, indien gebouwen, terreinen of roerende zaken ten behoeve waarvan Onze Minister subsidie heeft verleend, worden vervreemd of geheel of gedeeltelijk aan hun bestemming worden onttrokken. Het bedrag van de vordering is in dit geval gelijk aan de directe opbrengstwaarde van de desbetreffende zaken.

  3. 3

    Onze Minister komt de in het eerste lid bedoelde vordering niet toe, indien de werkzaamheden van de reclasseringsinstelling met toestemming van Onze Minister door een andere reclasseringsinstelling worden voortgezet en de activa en passiva tegen boekwaarde aan die reclasseringsinstelling in eigendom worden overgedragen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.