Uitvoeringsregeling reclassering 2005

Huidige tekst

Artikel 16 Uitvoeringsregeling reclassering 2005

Geldt sinds 25 november 2005

  1. 1

    Een reclasseringsinstelling behoeft de voorafgaande toestemming van Onze Minister voor: a.het vervreemden of het bezwaren van registergoederen alsmede van andere vermogensbestanddelen, verkregen met de bouwsubsidie tot en met het jaar 2004; b.het overbrengen van met de subsidie tot en met het jaar 2004 verkregen vermogen en/of vermogensbestanddelen naar andere organisaties met of zonder rechtspersoonlijkheid, zonder reële tegenprestatie; c.een juridische fusie als bedoeld in artikel 309 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek; d.het doen van aangifte tot haar faillissement of het aanvragen van haar surséance van betaling; e.het ontbinden van de instelling.

  2. 2

    Onze Minister beslist binnen vier weken omtrent de toestemming.

  3. 3

    De beslissing kan éénmaal voor ten hoogste vier weken worden verdaagd.

  4. 4

    Indien omtrent de toestemming niet tijdig is beslist, wordt de toestemming geacht te zijn verleend.

  5. 5

    Een reclasseringsinstelling doet onverwijld melding aan Onze Minister van: a.het oprichten van dan wel het deelnemen in een rechtspersoon; b.het wijzigen van de statuten.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.