Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011

URLB 2011

Huidige tekst

Artikel 3.12 URLB 2011

Geldt sinds 1 juli 2013

Bepaling waarde aanspraken, waaronder aanspraken op ziektekostenregelingen 1 De waarde van een aanspraak om na verloop van tijd of onder een voorwaarde een of meer uitkeringen of verstrekkingen te ontvangen, wordt gesteld op de bedragen die bij een derde worden gestort of, voor zover geen stortingen worden verricht, zouden moeten worden gestort teneinde de aanspraak te dekken. 2 In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt per kalenderjaar de waarde van een aanspraak ingevolge een ziektekostenregeling ten behoeve van ten minste 25 werknemers of gewezen werknemers die gedurende het gehele voorafgaande kalenderjaar heeft bestaan, voor zover geen stortingen bij derden worden verricht, gesteld op het bedrag van de gemiddelde uitkering. De gemiddelde uitkering is het rekenkundige gemiddelde van de jaargemiddelden van de afgelopen vijf kalenderjaren. Het jaargemiddelde is het gezamenlijke bedrag van de ter zake door of namens de inhoudingsplichtige gedane uitkeringen en verstrekkingen naar de waarde in het economische verkeer, gedeeld door het aantal personen dat in het desbetreffende jaar gedurende ten minste zes maanden gerechtigd is geweest. Indien zulks tot een lagere gemiddelde uitkering leidt, worden het hoogste en het laagste jaargemiddelde buiten beschouwing gelaten en is de gemiddelde uitkering het rekenkundige gemiddelde van de jaargemiddelden van de andere drie kalenderjaren. 3 Indien de in het tweede lid bedoelde regeling minder dan vijf gehele kalenderjaren heeft bestaan, is dat lid van overeenkomstige toepassing op het mindere aantal gehele kalenderjaren, met dien verstande dat bij een bestaansduur van de regeling van een of twee gehele kalenderjaren de laatste volzin van dat lid niet van toepassing is. 4 De waarde van een aanspraak ingevolge een wettelijke Belgische ziektekostenverzekering bedraagt maximaal het gezamenlijke bedrag van de voor dat jaar geldende standaardpremie, bedoeld in artikel 4 van de Wet op de zorgtoeslag, welke standaardpremie tweemaal in aanmerking wordt genomen ingeval sprake is van een op grond van Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels (PbEU 2004, L 166) meeverzekerde echtgenoot als bedoeld in die verordening, en het voor dat jaar geldende maximumbedrag van de inkomensafhankelijke bijdrage volgens hoofdstuk 5 van de Zorgverzekeringswet. 5 In afwijking van de vorige leden wordt de waarde van een aanspraak op een ziektekostenregeling met een waarde van ten hoogste € 27 per jaar op nihil gesteld.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2023:891Parket bij de Hoge Raad, 6 oktober 2023 (belastingrecht)

    Art. 1.7, 3.81 en 3.82 Wet IB 2001; art. 10, 11 en 19d Wet LB. Op grond van welke bepaling in de Wet IB 2001 worden uitkeringen ontvangen van de Deutsche Rentenversicherung in de heffing betrokken?…

  • ECLI:NL:PHR:2019:1218Parket bij de Hoge Raad, 26 november 2019 (belastingrecht)

    A-G Niessen heeft conclusie genomen in de zaak met nummer 19/01548. Het geschil betreft de heffing van inkomstenbelasting terzake van de afkoop van een vrijgesteld stamrecht in 2014 met toepassing…

  • ECLI:NL:PHR:2018:1214Parket bij de Hoge Raad, 30 oktober 2018 (belastingrecht)

    A-G Niessen heeft conclusie genomen in de zaak met nummer 17/03827. In cassatie is in geschil of het Hof ten onrechte heeft geoordeeld dat belanghebbende zijn pensioenrechten in 2013 heeft…

  • ECLI:NL:RBGEL:2026:1078Rechtbank Gelderland, 13 februari 2026 (belastingrecht)

    Pensioen. Nieuw feit rechtvaardigt navordering. De afkoopfaciliteit van artikel 38o van de Wet LB is niet van toepassing. Belastingheffing is mogelijk over feitelijk niet ontvangen pensioeninkomsten.…

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:224Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 21 januari 2026 (belastingrecht)

    Aanslagen IB/PVV en Zvw 2013 t/m 2018, omkering en verzwaring bewijslast, redelijke schatting, belastingkorting, boetes, ISV

  • ECLI:NL:RBROT:2024:11242Rechtbank Rotterdam, 13 november 2024 (verbintenissenrecht)

    Beroepsfout accountant. Onjuiste berekening van fiscale gevolgen van de ontbinding van een vennootschap met pensioen- en stamrechtverplichtingen omdat die was gebaseerd op de fiscale waarde in plaats…

  • ECLI:NL:GHSHE:2022:4692Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 20 december 2022 (belastingrecht)

    Aanslag IB/PVV 2016. Het stilzitten van belanghebbende is onvoldoende om aan te nemen dat de pensioenregeling niet tijdig is ingegaan. De Inspecteur heeft daarom ten onrechte de totale…

  • ECLI:NL:GHAMS:2021:1144Gerechtshof Amsterdam, 23 maart 2021 (belastingrecht)

    Loonbelasting. Pensioenverzekeraar. Inhoudingsplichtige. Hoogte pensioenaanspraken.

15 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.