Uitvoeringsregeling belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992

Uitv.reg. BPM

Huidige tekst

Artikel 8 Uitv.reg. BPM

Geldt sinds 1 januari 2026

  1. 1

    De afschrijving bedoeld in artikel 10, tweede lid, van de wet bedraagt met betrekking tot personenauto’s, motorrijwielen of bestelauto’s als bedoeld in artikel 15, eerste lid, onderdelen a en b, van de wet: 6 percent per maand voor de eerste drie maanden die zijn verstreken na het tijdstip waarop het motorrijtuig voor het eerst als zodanig in gebruik is genomen; en 2,5 percent voor iedere volgende maand, indien daarop een beroep wordt gedaan in het aangiftebiljet.

  2. 2

    De afschrijving bedoeld in artikel 10, tweede lid, van de wet, met betrekking tot personenauto's als bedoeld in artikel 15, eerste lid, onderdeel g, van de wet bedraagt 1,5 percent per maand die is verstreken na het tijdstip waarop het motorrijtuig voor het eerst als zodanig in gebruik is genomen, indien daarop een beroep wordt gedaan in het aangiftebiljet.

  3. 3

    De afschrijving kan uitsluitend met de taxatiewaarde worden bepaald indien het motorrijtuig voldoet aan de eisen, bedoeld in de hoofdstukken 5 en 7 van de Regeling voertuigen, waardoor met het motorrijtuig kan of mag worden deelgenomen aan het verkeer. Aan deze eisen is in ieder geval niet voldaan indien: – voor het motorrijtuig een aantekening in het kentekenregister is of wordt geplaatst dat een verbod voor het rijden op de weg is of wordt opgelegd; – voor het motorrijtuig een aantekening in het kentekenregister is of wordt geplaatst dat het motorrijtuig voorgoed buiten gebruik is of wordt gesteld; – dat blijkt uit de aangifte, het taxatierapport of op het moment dat het motorrijtuig wordt getoond overeenkomstig het achtste lid; of – dat anderszins blijkt.

  4. 4

    De afschrijving kan uitsluitend met de taxatiewaarde of op basis van een in de handel algemeen toegepaste koerslijst voor de inkoop van gebruikte motorrijtuigen door wederverkopers in Nederland worden bepaald, indien de opgaaf, bedoeld in artikel 10, achtste lid, van de wet, bestaat uit: a.een verwijzing naar een in de handel algemeen toegepaste koerslijst voor de inkoop van gebruikte motorrijtuigen door wederverkopers in Nederland, onder overlegging van een kopie van de passage uit die koerslijst waaraan de bij de aangifte toegepaste afschrijving, bedoeld in artikel 10, tweede lid, van de wet, is ontleend; of b.het bij de aangifte gebruikte taxatierapport: – dat is opgemaakt met inachtneming van de voorwaarden opgenomen in bijlage I; en – dat is opgemaakt door een onafhankelijke, erkende taxateur, in overeenstemming met het eerste aandachtsstreepje, en waarbij de fysieke opname door de taxateur heeft plaatsgevonden ten hoogste een maand vóór het afschrijvingsmoment. Bij het doen van de opgaaf wordt slechts gebruikgemaakt van de gegevens van niet meer dan één koerslijst als bedoeld onder a. Gegevens die niet zijn opgenomen in een taxatierapport dat is opgemaakt door een onafhankelijke en-, erkende taxateur, of niet door of op verzoek van de inspecteur zijn toegevoegd, kunnen door of namens de belastingplichtige niet worden betrokken bij de taxatiewaarde.

  5. 5

    Bij toepassing van de artikel 10, vijfde lid en 10a, eerste lid, van de wet is de afschrijving, bedoeld in artikel 10, tweede lid, van de wet, een percentage van het belastingbedrag, bedoeld in artikel 9, eerste en derde lid, van de wet, welk percentage is aangegeven in de navolgende tabel. Het vierde lid blijft in dat geval buiten toepassing. Indien sinds het tijdstip waarop het motorrijtuig voor het eerst in gebruik is genomen een periode is verstreken van ten minste maar minder dan is het percentage en voor iedere maand die geheel of gedeeltelijk is verstreken sinds de in de eerste kolom bedoelde periode vermeerderd met 0 dagen 1 maand 0 12 1 maand 3 maanden 12 4 3 maanden 5 maanden 20 3,5 5 maanden 9 maanden 27 1,5 9 maanden 1 jaar en 6 maanden 33 1 1 jaar en 6 maanden 2 jaar en 6 maanden 42 0,75 2 jaar en 6 maanden 3 jaar en 6 maanden 51 0,50 3 jaar en 6 maanden 4 jaar en 6 maanden 57 0,42 4 jaar en 6 maanden 5 jaar en 6 maanden 62 0,42 5 jaar en 6 maanden 6 jaar en 6 maanden 67 0,42 6 jaar en 6 maanden 7 jaar en 6 maanden 72 0,25 7 jaar en 6 maanden 8 jaar en 6 maanden 75 0,25 8 jaar en 6 maanden 9 jaar en 6 maanden 78 0,25 9 jaar en 6 maanden 81 0,19 6 Bij toepassing van artikel 10, vijfde lid, van de wet, is de vermindering ten hoogste het belastingbedrag, bedoeld in artikel 9, eerste en derde lid, van de wet. 7 In afwijking van het eerste lid en het tweede lid wordt de afschrijving vastgesteld aan de hand van de in het vijfde lid opgenomen tabel, indien daarop een beroep wordt gedaan in het aangiftebiljet. 8 De inspecteur kan vanaf het afschrijvingsmoment tot en met uiterlijk de zesde werkdag na de dag van het afschrijvingsmoment besluiten dat het motorrijtuig zo spoedig mogelijk moet worden getoond in dezelfde staat als waarin het motorrijtuig verkeerde op het afschrijvingsmoment op een door de inspecteur aan te wijzen plaats en tijdstip. Indien de betaling van de belasting op aangifte na het afschrijvingsmoment plaatsvindt, kan de inspecteur hiertoe besluiten vanaf het afschrijvingsmoment tot en met uiterlijk de zesde werkdag na de dag waarop de betaling is ontvangen door de ontvanger. Totdat het motorrijtuig is getoond, is niet gebleken dat de ter zake van het motorrijtuig verschuldigde belastingen en rechten zijn voldaan als bedoeld in artikel 49, eerste lid, onderdeel b, van de Wegenverkeerswet 1994. Onder tonen wordt in ieder geval verstaan dat het motorrijtuig wordt geplaatst op de door of namens de inspecteur aangewezen opnameplaats met de wielen op de grond, zonder vervuilingen aan het motorrijtuig die een goede opname in de weg kunnen staan, en dat de sleutel wordt verstrekt om het motorrijtuig te ontsluiten en te starten. 9 Indien de belasting die op aangifte behoort te worden voldaan kennelijk geheel of gedeeltelijk niet is betaald, blijkt in ieder geval niet eerder dan nadat de naheffingsaanslag in zijn geheel is betaald dat de ter zake van het motorrijtuig verschuldigde belastingen en rechten als bedoeld in artikel 49, eerste lid, onderdeel b, van de Wegenverkeerswet 1994 zijn voldaan. 10 De vermindering van het belastingbedrag, bedoeld in artikel 5, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992, is een percentage van het belastingbedrag, zoals aangegeven in de tabel opgenomen in het vijfde lid.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:173Parket bij de Hoge Raad, 30 januari 2026 (belastingrecht)

    Gemeenschappelijke bijlage bij de conclusies van 30 januari 2026 inzake: 24/02846 ECLI:NL:PHR:2026:131 en 24/03398 ECLI:NL:PHR:2026:132

  • ECLI:NL:PHR:2024:473Parket bij de Hoge Raad, 26 april 2024 (belastingrecht)

    Bijlage: ECLI:NL:PHR:2024:487 Bpm; koerslijst EurotaxGlass's; 'bijstelling marksituatie' en 'bijstelling dealersituatie'; disclaimer; mag de belastingplichtige de bijstellingen toepassen na opname…

  • ECLI:NL:PHR:2024:487Parket bij de Hoge Raad, 26 april 2024 (belastingrecht)

    Gemeenschappelijke bijlage bij de conclusies van 26 april 2024 inzake: 22/04093 ECLI:NL:PHR:2024:474 23/00142 ECLI:NL:PHR:2024:472 23/00143 ECLI:NL:PHR:2024:473 en 24/00420 ECLI:NL:PHR:2024:475

  • ECLI:NL:PHR:2023:1223Parket bij de Hoge Raad, 22 december 2023 (belastingrecht)

    Gemeenschappelijke bijlage bij de conclusies van 22 december 2023 inzake: 22/00425 ECLI:NL:PHR:2023:1215 , 22/01741 ECLI:NL:PHR:2023:1213 , 22/02805 ECLI:NL:PHR:2023:1216 , 22/03099…

  • ECLI:NL:GHDHA:2026:2870Gerechtshof Den Haag, 23 april 2026 (belastingrecht)

    Artt. 9, 10 en 10b Wet Bpm. Naheffingsaanslag Bpm. Taxatierapport kan niet dienen. Belanghebbende heeft gestelde (ex-)schade niet aannemelijk gemaakt. WOK-status. Koerslijst terecht toegepast voor…

  • ECLI:NL:RBNNE:2026:380Rechtbank Noord-Nederland, 29 januari 2026 (belastingrecht)

    BPM

  • ECLI:NL:GHDHA:2025:2874Gerechtshof Den Haag, 17 december 2025 (belastingrecht)

    Naheffingsaanslag bpm. De naheffingsaanslag is binnen de wettelijke termijn opgelegd. Geen sprake van gewekt vertrouwen. Geen aanpassing handelsinkoopwaarde. Geen verdere waardevermindering wegens…

  • ECLI:NL:GHSHE:2025:3376Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 26 november 2025 (belastingrecht)

    Wet BPM. De beroepsgronden met betrekking tot essentiële gebreken, handelen in strijd met het vertrouwensbeginsel en de beleidsregels (Kaderbesluit BPM), schade en schadeverleden worden verworpen.…

37 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.