Huidige tekst
Artikel 4 Statuut en het Verdrag van de Internationale Unie voor Telecommunicatie
De Raad 50 PP-94 PP-98 1. 1) Het aantal Lidstaten van de Raad wordt vastgesteld door de Plenipotentiaire Conferentie, die eenmaal in de vier jaar wordt gehouden. 50A PP-94 PP-98 2) Dit aantal kan niet meer bedragen dan 25% van het totale aantal Lidstaten. 51 2. 1) De Raad houdt jaarlijks een gewone zitting op de zetel van de Unie. 52 2) T ijdens deze zitting kan de Raad besluiten, bij wijze van uitzondering, een aanvullende zitting te houden. 53 PP-98 3) Tussen gewone zittingen kan de Raad, in beginsel op de zetel van de Unie, bijeengeroepen worden door de voorzitter op verzoek van de meerderheid van zijn Lidstaten of op initiatief van de voorzitter onder de in nummer 18 van dit Verdrag bedoelde voorwaarden. 54 3. De Raad neemt besluiten uitsluitend ter zitting. In uitzonderlijke gevallen kan de Raad ter zitting overeenkomen dat over specifieke onderwerpen schriftelijk wordt besloten. 55 PP-98 4. Bij de aanvang van elke gewone zitting kiest de Raad, met inachtneming van het beginsel van roulering tussen de regio's, zijn eigen voorzitter en vice-voorzitter uit de vertegenwoordigers van zijn Lidstaten. Zij blijven in functie tot aan de opening van de volgende gewone zitting en zijn niet herverkiesbaar. Bij afwezigheid van de voorzitter treedt de vice-voorzitter als voorzitter op. 56 PP-98 5. Voor zover mogelijk is de persoon die door een Lidstaat van de Raad in de Raad benoemd wordt, een functionaris die een functie vervult bij, of rechtstreeks verantwoording aflegt aan of verantwoordelijk is voor de telecommunicatie-administratie van die Lidstaat en die gekwalificeerd is op het gebied van telecommunicatiediensten. 57 PP-98 6. Alleen de reis-, verblijfs- en verzekeringskosten die door de vertegenwoordiger van elke Lidstaat van de Raad, behorend tot de categorie van ontwikkelingslanden waarvan de lijst door het ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties (UNDP) is opgesteld, in die hoedanigheid tijdens zittingen van de Raad worden gemaakt, worden door de Unie dragen. 58 PP-98 Vervallen. 59 8. De Secretaris-Generaal treedt op als Secretaris van de Raad. 60 PP-98 9. De Secretaris-Generaal, de plaatsvervangend Secretaris-Generaal en de directeuren van de Bureaus kunnen van rechtswege aan de beraadslagingen van de Raad deelnemen, maar zonder deel te nemen aan het stemmen. Niettemin kan de Raad vergaderingen houden die beperkt blijven tot de vertegenwoordigers van zijn Lidstaten. 60A PP-98 9 bis Lidstaten die geen Lidstaat van de Raad zijn, kunnen, met voorafgaande kennisgeving aan de Secretaris-Generaal,op eigen kosten een waarnemer naar de vergaderingen, comités en werkgroepen van de Raad zenden. Een waarnemer heeft niet het recht te stemmen. 60B PP-02 9 ter) Sectorleden kunnen als waarnemer bij vergaderingen, comités en werkgroepen van de Raad aanwezig zijn, met inachtneming van de door de Raad vastgestelde voorwaarden, waaronder voorwaarden met betrekking tot het aantal waarnemers en de procedures voor hun benoeming. 61 PP-98 10. De Raad beoordeelt elk jaar het door de Secretaris-Generaal opgestelde rapport inzake de uitvoering van het door de Plenipotentiaire Conferentie aangenomen strategische plan en neemt de nodige maatregelen. 61A 10 bis Met voortdurende inachtneming van de financiële grenzen als aangenomen door de Plenipotentiaire Conferentie kan de Raad, naar behoefte, het strategisch plan, dat de basis vormt van de overeenkomstige operationele plannen, herzien en actualiseren en de Lidstaten en Sectorleden hiervan op de hoogte brengen. 61B 10 ter De Raad stelt zijn eigen reglement van orde vast. 62 11. In het tijdvak tussen twee Plenipotentiaire Conferenties houdt de Raad toezicht op het algemene management en beheer van de Unie; hij verricht in het bijzonder de volgende taken: 62A 1) het ontvangen en herzien van de specifieke gegevens voor strategische planning die worden verstrekt door de Secretaris-Generaal zoals vermeld in nummer 74A van het Statuut en, in de voorlaatste reguliere zitting van de Raad voor de volgende Plenipotentiaire Conferentie, het initiëren van de opstelling van een ontwerp voor het nieuwe strategische plan voor de Unie, met gebruikmaking van door de Lidstaten, Sectorleden en Sectoradviesgroepen aangereikte informatie, en het samenstellen van een gecoördineerd ontwerp voor het nieuwe strategische plan, ten minste vier maanden voorafgaand aan die Plenipotentiaire Conferentie; 62B 1bis) het opstellen van een tijdschema voor de ontwikkeling van strategische en financiële plannen voor de Unie, en van operationele plannen voor elke Sector en voor het Algemeen Secretariaat, zodanig dat de plannen goed aan elkaar kunnen worden gekoppeld; 63 1) het goedkeuren en herzien van het Personeelsstatuut en het Financieel Reglement van de Unie en van alle andere door hem een nodige geachte reglementen, met inachtneming van de gebruikelijke praktijk van de Verenigde Naties en de gespecialiseerde organisaties die het gemeenschappelijk stelsel van salarissen, vergoedingen en uitkeringen toepassen; 64 het indien nodig aanpassen van: 65 a. de basissalarisschalen van personeel in de categorieën academisch gevormd personeel en hoger personeel, met uitzondering van de salarissen voor functies die worden vervuld door middel van verkiezing, teneinde deze aan te passen aan wijzigingen in de door de Verenigde Naties aangenomen salarisschalen voor de overeenkomstige categorieën van het gemeenschappelijke stelsel; 66 b. de basissalarisschalen van personeel in de categorie algemene diensten, teneinde deze aan te passen aan wijzigingen in de door de Verenigde Naties en de gespecialiseerde organisaties op de zetel van de Unie toegepaste salarissen; 67 c. de vergoedingen voor functies van de categorieën academisch gevormd personeel en hoger personeel, met inbegrip van functies die worden vervuld door middel van verkiezing in overeenstemming met de besluiten van de Verenigde Naties die van toepassing zijn op de zetel van de Unie; 68 d. de vergoedingen voor al het personeel van de Unie, in overeenstemming met in het stelsel van de Verenigde Naties aangenomen wijzigingen; 69 PP-98 3) het nemen van besluiten om een billijke geografische spreiding en vertegenwoordiging van vrouwen te waarborgen in de categorieën academisch gevormd personeel en hoger personeel van de Unie en het monitoren van de uitvoering van deze besluiten; 70 4) het nemen van besluiten over voorstellen voor ingrijpende organisatorische veranderingen binnen het Algemeen Secretariaat en de Bureaus van de Sectoren van de Unie, overeenkomstig het Statuut en dit Verdrag, die, na bestudering ervan door het Coördinatiecomité, door de Secretaris-Generaal aan hem worden voorgelegd; 71 5) het bestuderen van en nemen van besluiten nemen over meerjarenplannen inzake functies en personeel bij de Unie en programma's voor de ontwikkeling van menselijk potentieel en het geven van richtlijnen voor de personele bezetting van de Unie, zowel qua aantallen als qua structuur, met inachtneming van de richtlijnen van de Plenipotentiaire Conferentie en de relevante bepalingen van artikel 27 van het Statuut; 72 6) het, indien nodig, aanpassen van de contributies van de Unie en haar personeel aan het United Nations Joint Staff Pension Fund, in overeenstemming met de regels en voorschriften van dit fonds, alsmede van de vergoedingen voor de kosten van levensonderhoud die worden uitgekeerd aan de begunstigden van het Union Staff Superanuation and Benevolent Funds, op basis van de bij dit fonds bestaande praktijk; 73 PP-98 PP-02 7) het beoordelen en goedkeuren van de tweejaarlijkse begroting van de Unie en het bestuderen van de ontwerpbegroting (vervat in het financieel rapport dat de Secretaris-Generaal ingevolge nummer 101 van dit Verdrag opstelt) voor het tijdvak van twee jaar na deze begrotingstermijn, rekening houdend met de besluiten van de Plenipotentiaire Conferentie ten aanzien van nummer 50 van het Statuut en met de door de Plenipotentiaire Conferentie in overeenstemming met nummer 51 van het Statuut vastgestelde financiële grenzen; de Raad garandeert een zo economisch mogelijk gebruik, maar houdt rekening met de verplichting van de Unie zo snel mogelijk bevredigende resultaten te boeken. Hierbij houdt de Raad rekening met de door de Plenipotentiaire Conferentie vastgestelde prioriteiten als genoemd in het strategisch plan voor de Unie, met de standpunten van het Coördinatiecomité als vervat in het in nummer 86 van dit Verdrag bedoelde rapport van de Secretaris-Generaal en het in nummer 101 van dit Verdrag bedoelde financieel rapport. De Raad toetst jaarlijks de inkomsten en uitgaven teneinde aanpassingen te kunnen doorvoeren, waar van toepassing in overeenstemming met de resoluties en besluiten van de Plenipotentiaire Conferentie; 74 8) het treffen van de nodige regelingen voor de jaarlijkse controle van de door de Secretaris-Generaal opgestelde rekeningen van de Unie en deze, in voorkomend geval, goedkeuren ter voorlegging aan de volgende Plenipotentiaire Conferentie; 75 PP-98 9) het treffen van de nodige regelingen voor de bijeenroeping van conferenties en assemblees van de Unie en het, met de instemming van een meerderheid van de Lidstaten indien het een mondiale conferentie of assemblee betreft, of van de meerderheid van de tot de betrokken regio behorende Lidstaten indien het een regionale conferentie betreft, uitvaardigen van passende richtlijnen aan het Algemeen Secretariaat en aan de Sectoren van de Unie met betrekking tot hun technische en overige bijstand bij de voorbereiding en organisatie van conferenties en assemblees; 76 10) het nemen van besluiten met betrekking tot nummer 28 van dit Verdrag; 77 11) het nemen van beslissingen over de uitvoering van door de conferenties genomen besluiten die financiële gevolgen hebben; 78 12) voor zover het Statuut, dit Verdrag en de Administratieve Reglementen zulks toelaten, het nemen van alle andere maatregelen die nodig worden geacht voor het goed functioneren van de Unie; 79 PP-98 13) het nemen van alle nodige maatregelen, na goedkeuring door de meerderheid van de Lidstaten, voor het tijdelijk oplossen van kwesties die niet in het Statuut, dit Verdrag en de Administratieve Reglementen zijn voorzien en waarvan de regeling niet kan wachten tot de volgende bevoegde conferentie; 80 PP-94 14) het zorgdragen voor de coördinatie met alle in de artikelen 49 en 50 van het Statuut bedoelde internationale organisaties en het hiertoe, namens de Unie, sluiten van voorlopige akkoorden met de in artikel 50 van het Statuut en de in de nummers 269B en 269C van dit Verdrag bedoelde internationale organisaties, en met de Verenigde Naties in toepassing van het Akkoord tussen de Verenigde Naties en de Internationale Unie voor Telecommunicatie; deze voorlopige akkoorden worden overeenkomstig de relevante bepaling van artikel 8 van het Statuut voorgelegd aan de Plenipotentiaire Conferentie; 81 PP-98 15) het, binnen 30 dagen na elke zitting van de Raad, aan de lidstaten toezenden van beknopte verslagen van de werkzaamheden van de Raad en van andere nuttig geachte stukken; 82 16) het aan de Plenipotentiaire Conferentie voorleggen van een rapport inzake de werkzaamheden van de Unie sinds de voorgaande Plenipotentiaire Conferentie en van alle passende aanbevelingen.