Huidige tekst
Artikel 39 Statuut en het Verdrag van de Internationale Unie voor Telecommunicatie
Onderlinge communicatie 501 1. Stations die radiocommunicatie verzorgen ten behoeve van mobiele communicatiediensten zijn verplicht, binnen de grenzen van hun normale gebruik, wederzijds radiocommunicatie uit te wisselen zonder onderscheid naar het door hen gebruikte radiosysteem. 502 2. Niettemin, teneinde de vooruitgang van de wetenschap niet in de weg staan, verhinderen de bepalingen van nummer 501 niet het gebruik van een radiosysteem dat niet in staat is met andere systemen te communiceren, mits dit onvermogen wordt veroorzaakt door de specifieke aard van een dergelijk systeem en niet het gevolg is van apparatuur die uitsluitend wordt gebruikt met het oogmerk onderlinge communicatie te verhinderen. 503 3. Onverminderd de bepalingen van nummer 501 kan een station worden ingezet voor een beperkte internationale telecommunicatiedienst, bepaald door het doel van deze dienst of door andere omstandigheden die geen verband houden met het gebruikte systeem.