Rijnvaartpolitiereglement 1995

RPR

Huidige tekst

Artikel 3.16 RPR

Geldt sinds 1 oktober 1998

Tekens van varende veerponten ( Bijlage 3: schetsen 34, 35, 36) 1 Een varende niet-vrijvarende veerpont moet des nachts voeren: a.een wit helder rondom schijnend licht op een hoogte van ten minste 5 m boven het vlak door de inzinkingsmerken. Deze hoogte mag echter worden verminderd, indien de lengte van de veerpont 15 m niet overschrijdt; b.een groen helder rondom schijnend licht ongeveer 1 m boven het onder a bedoelde licht. 2 De het meest bovenstrooms gelegen ankerschuit of drijver van een varende veerpont aan een langskabel moet des nachts zijn voorzien van een wit helder rondom schijnend licht, ten minste 3 m boven het wateroppervlak. 3 Een varende vrijvarende veerpont moet des nachts voeren: a.de bij het eerste lid van dit artikel voorgeschreven lichten; b.de bij artikel 3.08, eerste lid onder b en c, voorgeschreven lichten.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.