Richtlijnen opneming buitenlandse kinderen ter adoptie 2000

Rbka

Huidige tekst

Artikel 3 Rbka

Geldt sinds 1 december 2000

Verlening van toestemming tot opneming van een buitenlands kind, indien is te verwachten dat op het mogelijke tijdstip van opneming van een buitenlands kind het leeftijdsverschil tussen een of beide aspirant-adoptiefouders en het kind meer dan veertig jaren bedraagt ( artikel 5, zesde en zevende lid, van de wet) 1 In geval van opneming van een buitenlands kind in een gezin van aspirant-adoptiefouders, waarin eigen kinderen, Nederlandse pleegkinderen dan wel uit het buitenland geadopteerd kinderen verblijven, kan, indien dat buitenlandse kind in verband met de leeftijdsopbouw van het gezin jonger zal zijn dan de reeds in het gezin verblijvende kinderen, een overschrijding van het leeftijdsverschil van ten hoogste veertig jaren tussen een van de aspirant-adoptiefouders en het buitenlandse kind worden toegestaan met ten hoogste twee jaren, met dien verstande dat het verschil in leeftijd tussen dat kind en het jongste kind in het gezin in beginsel niet meer dan twee jaren mag bedragen. 2 Het leeftijdsverschil van ten hoogste veertig jaren tussen een van de aspirant-adoptief-ouders en het buitenlandse kind mag met meer dan twee jaren worden overschreden bij opneming van een buitenlands kind, in ieder geval indien: a.er sprake is van een buitenlands kind in de leeftijd vanaf twee jaar, dat kan worden opgenomen door aspirant-adoptiefouders van wie een of beiden ouder zijn dan tweeënveertig jaar; b.het betreft een jongere broer of zus van een reeds ter adoptie opgenomen buitenlands kind; c.het betreft de gezamenlijke opneming van twee of meer buitenlandse kinderen uit een familie tussen wie onderling een groot leeftijdsverschil bestaat en de overschrijding een of meer kinderen betreft; d.er sprake is van een moeilijk plaatsbaar buitenlands kind vanwege een, in beginsel door middel van bescheiden aangetoonde lichamelijke handicap, een manifeste gedragsstoornis, een meer dan normale achterstand in lichamelijke en/of geestelijke ontwikkeling, of een direkte noodzaak tot medische behandeling, die niet of bezwaarlijk in het land van herkomst kan plaats vinden. 3 In alle gevallen dient uit specifiek daarop gericht onderzoek door de raad voor de kinderbescherming te blijken dat de aspirant-adoptiefouders geschikt zijn tot de verzorging en opvoeding van een buitenlands kind als bedoeld in het tweede lid, a. tot en met d. en dat risicofactoren redelijkerwijs uitgesloten worden geacht.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBROE:2009:BG9485Rechtbank Roermond, 6 januari 2009 (strafrecht)

    Een uitspraak van de rb over een besluit tot ongegrondverklaring van de bezwaren tegen een afwijzing van een verzoek tot verlenging van de toestemming tot opneming ter adoptie van een buitenlands…

  • ECLI:NL:RVS:2007:AZ6384Raad van State, 17 januari 2007 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 27 oktober 2005 heeft appellant (hierna: de Minister) onder voorwaarden aan [verzoeker] toestemming verleend tot opneming ter adoptie van een eerste buitenlands kind.

  • ECLI:NL:RBROT:2006:AY6256Rechtbank Rotterdam, 27 juli 2006 (bestuursrecht)

    Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie. De in de beginseltoestemming opgenomen voorwaarde dat het leeftijdsverschil niet meer dan 40 jaar mag bedragen kan niet in stand blijven omdat zich…

  • ECLI:NL:RBMAA:2005:AS5133Rechtbank Maastricht, 1 februari 2005 (bestuursrecht)

    Verweerder heeft verzoeksters verzoek om haar een aangepaste toestemming te verstrekken ten behoeve van opneming ter adoptie afgewezen

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.