Regeling vermogenswaardering Ioaz

Huidige tekst

Artikel 7 Regeling vermogenswaardering Ioaz

Geldt sinds 1 april 2003

  1. 1

    Tot de schulden wordt mede gerekend de inkomstenbelasting die de gewezen zelfstandige na het begin van het kalenderjaar verschuldigd kan worden ter zake van: a.termijnen van in het vermogen begrepen, niet tot het vermogen van een onderneming behorende rechten die ingevolge de Wet inkomstenbelasting 2001 belastbare periodieke uitkeringen en verstrekkingen opleveren (stamrechten); b.in het vermogen begrepen aandelen, winstbewijzen, bewijzen van deelgerechtigheid en koopopties als bedoeld in artikel 4.4 van de Wet inkomstenbelasting 2001, die ingevolge die wet tot een aanmerkelijk belang behoren.

  2. 2

    De in het eerste lid bedoelde belasting wordt gesteld op: a.30% van de waarde van de stamrechten; b.6,25% van de waarde van de aandelen, winstbewijzen, bewijzen van deelgerechtigheid en koopopties voorzover deze de verkrijgingsprijs daarvan in de zin van de Wet inkomstenbelasting 2001 overtreft.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.