Huidige tekst
Artikel 6 Regeling specificaties en typegoedkeuring boordcomputer taxi
- 1
Als de boordcomputer is ingeschakeld bepaalt de positiebepalingsensor continue de positie van de auto.
- 2
De positiebepalingsensor levert met vaste intervallen de positiegegevens van de auto aan de boordcomputer.
- 3
De positiegegevens, bedoeld in het tweede lid, bevatten ten minste de volgende gegevens: a.de coördinaten; b.of er een positie bepaald is; c.het aantal satellieten op basis waarvan de positie van de auto bepaald is; d.de HDOP-waarde uitgedrukt in een getal tussen nul en vijftig; e.het tijdstip van de positiebepaling.
- 4
De twee-dimensionale wortel uit het gemiddelde kwadraat van de afstand tussen door de positiebepalingssensor geleverde coördinaten en de werkelijke positie is kleiner dan 10 meter.
- 5
De boordcomputer stelt op basis van de door de positiebepalingsensor geleverde informatie eenmaal per minuut de positie van de auto vast en registreert deze positie.
- 6
De positiegegevens, bedoeld in het vijfde lid worden zodanig opgeslagen dat zij alleen overeenkomstig artikel 23, derde lid, overgebracht kunnen worden.